Voormalig topambtenaar vindt kritiek op coronabeleid te makkelijk
Precies vijf jaar geleden brak de coronacrisis uit. Erik Gerritsen was secretaris-generaal van het ministerie van Volksgezondheid. Op NPO 1 verdedigt hij zich tegen de kritiek op het coronabeleid van toen.
Mondkapjes, een avondklok en lockdowns: het was een bewogen tijd. „Het ergste wat Nederland is overkomen sinds de Tweede Wereldoorlog”, zegt Gerritsen in Goedemorgen Nederland.
Topambtenaar over corona
Hoe kijkt Gerritsen terug op de pandemie? „Het was een verschrikkelijke tijd, waarin afschuwelijke dingen gebeurden met mensen. In die zin had ik het liever niet gehad. Ik ben wel heel trots op hoe wij dat bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) hebben gedaan. Ik moet natuurlijk ten eerste zeggen: ik ben heel trots op de samenleving. Het is zeer ondergesneeuwd geraakt, maar er ontstonden fantastische initiatieven. Er was veel positieve energie in de samenleving, veerkracht om er met elkaar doorheen te komen.”
Ineens moesten ze bij het ministerie allemaal dingen doen die ze niet gewend waren. „We moesten bijvoorbeeld zorgen dat er geen tekort kwam aan handalcohol. Iedereen keek naar ons en je moet beseffen dat je er geen verstand van hebt, maar dat er wel regie nodig is. Omdat we er geen verstand van hadden, moesten we meteen contact zoeken met mensen die er wel verstand van hadden.”
‘Kritiek op coronabeleid was heftig’
Er was veel kritiek op het beleid. „Dat was echt heftig. Er werd vooral elders hard gewerkt, maar ook op het departement en op andere departementen werd hard gewerkt. Maar als je de hele dag in de Tweede Kamer, in de pers en tijdens talkshows hoort: ‘Het is slecht, het gaat niet goed’… Mijn rol was ook om elke ochtend onze teams langs te gaan, om ze weer moed in te spreken.”
Hij vervolgt: „Mensen van VWS snapten dat het tempo waarin zij succesvol waren, een kwestie was van leven en dood. Sommige dingen gingen goed. Een aantal dingen had je natuurlijk nog veel eerder willen doen. Het is het bekende kennis achteraf-verhaal.”
Democratisch gecontroleerd
Zijn bewindslieden hebben keihard gewerkt, vindt hij. „Toen Bruno uitviel, heeft Hugo de Jonge een stap gezet, terwijl hij wist: dit gaat mij niet helpen in mijn politieke carrière. Wij konden allemaal voorspellen, ook de ambtenaren, dat vrij snel als de crisis voorbij was, mensen achteraf zouden vertellen hoe het allemaal beter had gemoeten.”
Gerritsen denkt dat dit de meest democratisch gecontroleerde periode van Nederland was. „Wij hadden iedere één of twee weken Tweede Kamerdebatten, waarin alles werd besproken. Alle afwegingen werden transparant met de Kamer gedeeld. Ja, achteraf. Maar het was een crisis. Je moet eerst beslissen, maar je legt wel verantwoording af en daar zaten maar een paar dagen tussen.”
Verantwoording over coronabeleid
Hij vindt de kritiek soms moeilijk. Die kritiek is er nog steeds: gisteren blikten bijvoorbeeld vier bekende coronagezichten terug, die delen van het beleid hekelen. „Ik heb nog steeds heel erg de behoefte om verantwoording af te leggen. De eerste week vond ik het misschien gezeur achteraf, daarna sloeg de mildheid toe, omdat ik ook snap wat mensen overkwam. Ze verloren hun baan, kinderen moesten opeens van school, tot de verschrikkelijke, vele doden.”
Hij gaat verder: „Alleen, ik was erbij op de momenten dat de beslissingen werden genomen. Ik durf nog steeds te zeggen dat we op die momenten, zowel ambtelijk als politiek, de integere beslissingen hebben genomen, met de kennis die we op dat moment hadden. Er werd heel veel gepraat in de Tweede Kamer en uiteindelijk zijn de beslissingen democratisch gelegitimeerd. In die zin is het netjes gegaan.”
Belangrijke les
Gerritsen verloor zijn vader in de pandemie. „Hij had een hersenbloeding en kwam in het ziekenhuis terecht, met de bekende strikte bezoekregels. Alleen mijn moeder mocht er iedere dag een uurtje heen en mijn broertje en ik één dag. In die toestand kreeg hij corona. Op het allerlaatste moment mochten we even met z’n allen bij hem zijn.”
Zijn dochters waren in die tijd boos op hem. „Ze zeiden: ‘Papa, jij bent verantwoordelijk voor die bezoekregels, daarom hebben we opa niet meer kunnen zien toen we nog normaal konden communiceren’.”
Het was een les voor hem. „Boos zijn op de kritiek had geen zin. Mijn eigen dochters snapten het ook niet meer. Er gebeurden hele erge dingen. Mensen wilden dat het stopte en wilden tegen iemand boos kunnen worden.”
Het was heftig voor mensen bij VWS, zegt Gerritsen. „Ze waren zo hard aan het werk en moesten de kritiek iedere dag in de krant lezen, ook in serieuze kranten. Hoofdredactionele commentaren die ambtenaren als een stel amateurs afschilderden. Maar de persoonlijke verhalen maakten ook dat ik dacht: dit is ook ongelofelijk heftig. Je moet de mensen hun boosheid gunnen. Wij werden de nationale aflaat voor de coronaboosheid.”
Gemeentebelastingen vallen op de mat: waar betalen we eigenlijk voor?