Een roerige week: hoe Trump de wereldeconomie aan het beven brengt
Ontketent Donald Trump een handelsoorlog of toch niet? Totdat de Amerikaanse president woensdag in de Rozentuin een bord omhoog hield met de importheffingen die hij per land wil opleggen, had hij de wereld in grote spanning gehouden. Het viel niet mee, op deze dag die Trump als ‘Bevrijdingsdag’ had aangekondigd.
Hij treft meer landen dan verwacht, met veel hogere tarieven. „Jarenlang zijn hardwerkende Amerikaanse burgers aan de zijlijn geplaatst terwijl andere landen rijk en machtig werden, vaak ten koste van ons”, zei hij tot zijn gehoor van kabinetsleden en arbeiders uit de auto- en staalindustrie in de tuin van het Witte Huis. „Met wat we vandaag doen, zullen we eindelijk in staat zijn Amerika weer groot te maken – groter dan ooit tevoren .”
Economen en beleggers reageerden onthutst en gaan totaal niet mee in die prognose. De beurzen in de wereld gingen vanaf donderdagochtend fors in de min, de dollar verloor aan waarde, economische prognoses – zeker ook voor de VS – werden negatief bijgesteld. De vrees voor een wereldrecessie neemt rap toe.
Zeker nu andere landen vergeldingsmaatregelen treffen. Of in het vooruitzicht stellen, zoals de EU. Daarmee zou een handelsoorlog met verwoestende effecten in de wereldeconomie volop kunnen losbarsten.
Terug naar oude tijden
De VS moeten terug tot de Grote Depressie van de vorige eeuw voor importheffingen met een hoogte, zoals de regering van Donald Trump die afgelopen woensdag heeft vastgesteld. Gemiddeld genomen komen die neer op een effectief tarief van 22,5 procent.
Met de Smoot-Hawley-wet maakten de VS de economische neergang na de beurscrash van 1929 alleen maar groter, zeker toen andere landen de importheffingen van de Amerikanen beantwoordden met eigen handelsbeperkingen. Na de Tweede Wereldoorlog werd onder leiding van de VS een nieuwe internationale economische orde opgebouwd, waarin vrijhandel een grote stimulans moest zijn voor economische welvaart in de wereld en vrede tussen landen.
Trump verlangt gezien zijn uitspraken in verkiezingscampagne en als president terug naar de tijd van Amerikaanse isolationisme. Tegen de opinie van veel Amerikaanse economische historici in verkondigt hij dat het protectionisme van de VS in de 19e eeuw zijn land veel welvaart heeft gebracht. Ook in zijn toespraak in de Rozentuin afgelopen woensdag deed hij dat nog, door te verkondigen dat de VS handelstarieven nooit hadden mogen verlagen sinds de Smoot-Hawley-wet.
Ieder land zijn eigen tarief
Donald Trump heeft een grote hekel aan handelstekorten. Hij ziet ze als teken dat de VS worden benadeeld door een ander land. Vanuit dat denken heeft zijn regering een heffing per land vastgesteld, die de onevenwichtigheid moet oplossen. Hij denkt zo productie die volgens hem op oneerlijke gronden naar andere landen is verplaatst, terug te halen naar de VS. De fabrieken die de afgelopen decennia leeg zijn komen te staan, moeten terugkeren naar Amerika.
In het denken van Trump en zijn adviseurs kunnen handelstekorten alleen ontstaan als andere landen door middel van heffingen of op andere manieren handelsbelemmeringen opwerpen voor Amerikaanse producten. Door zelf hogere heffingen in te voeren, zullen producenten besluiten om weer in de Verenigde Staten te gaan produceren om die heffingen te ontwijken. Daarom moet elk land waar een handelstekort mee is die heffingen opgelegd krijgen. Hoe groter dat handelstekort van de Verenigde Staten relatief is, hoe hoger de heffing.
Een zwakke dollar
Ook de dollar daalde na de aankondigingen van de heffingen door Trump. Dat kan gezien worden als een reflectie van de grote onzekerheid die over de Amerikaanse economie is ontstaan. Die was ook terug te zien in de daling van de Amerikaanse staatsobligaties. Handelaren verwachten dat de Amerikaanse centrale bank de rente sneller zal gaan verlagen en dat zet ook een neerwaartse druk op de dollar.
Voor economen is die daling van de dollar echter contra-intuïtief. Normaal gesproken stijgt de koers namelijk van een land dat handelsheffingen oplegt aan andere landen. Beoogd gevolg van heffingen is dat consumenten en bedrijven meer uit eigen land kopen en minder dollars nodig hebben om producten uit het buitenland te kopen. Als de vraag naar dollars afneemt, daalt de koers.
Overigens is die daling wel ook een doel dat Trump nastreeft. De sterkte van de dollar is hem een doorn in het oog, omdat Amerikaanse bedrijven daardoor minder concurrerend zijn.
De formule van Trump
Verbijsterd keken economen in de hele wereld naar de wiskundige formule die het Witte Huis deze week publiceerde als verklaring van de berekening van de hoogte van de tarieven. Eerder had Trump een onderzoek gelast naar alle handelsbelemmeringen – met tarieven en op andere manieren – die andere landen opwerpen voor Amerikaanse producenten. Dat onderzoek werd ook gepubliceerd, maar is niet gebruikt om de hoogte van de heffingen per land te bepalen. Daarvoor gebruikt de regering-Trump een formule, die gebaseerd is op de aanname dat als er geen handelsbelemmeringen zouden zijn de handel tussen landen alleen gezond is als deze in evenwicht is.
De berekening wordt uitgevoerd door de omvang in dollars van het handelstekort in goederen dat de VS hebben met een bepaald land te delen door het totale bedrag waarvoor uit dat land is geïmporteerd. Om ‘vriendelijk’ te zijn wordt die uitkomst gehalveerd om uit te komen op het percentage dat een land op zijn producten als heffing moet betalen.
Een hoop Griekse letters moet exactheid en deskundigheid uitstralen, door bijvoorbeeld prijselasticiteit mee te nemen. Maar die komt daarmee via een ingewikkelde berekening uit op 1, en is dus alleen maar franje om te verbloemen dat deze formule niet meer is dan rekenen op basisschoolniveau.
3.800 dollar verlies per huishouden
Een gemiddeld Amerikaans huishouden zal er 3.800 dollar per jaar op achteruitgaan als gevolg van de prijsverhogingen die ze tegemoet kunnen zien, als alle invoerheffingen die Trump sinds zijn aantreden in januari heeft ingesteld. Dat hebben economen van de universiteit van Yale becijferd. Voor Amerikaanse gezinnen uit de laagste inkomensklassen zal de achteruitgang 1700 dollar bedragen. Dat zal het gevolg zijn van een gemiddelde prijsstijging van 2,3 procent op korte termijn.
Dat is heel iets anders dan wat Trump de Amerikanen van zijn verkiezingscampagne tot nu in het vooruitzicht heeft gesteld. Hij heeft de Amerikanen juist prijsverlagingen beloofd, na de periode van hoge inflatie sinds de coronapandemie.
0,5 procentpunt daling bbp
Voor de Amerikaanse economie wordt een negatief effect van 0,5 procentpunt op de economische groei in 2025 voorspeld door Yale. Ook de effecten op de Europese economie lijken op het eerste gezicht niet direct dramatisch. Economen van Deutsche Bank becijferden het negatieve effect op de Europese bbp-groei op 0,4 tot 0,7 procentpunt als de VS de invoerheffingen van 20 procent op alle Europese producten echt doorvoeren. Daarmee komen de Amerikaanse en Europese economieën niet direct in een recessie.
Toch wordt wel voor een economische recessie binnen een jaar gevreesd. Economen van de Amerikaanse bank JP Morgan verhoogden de kans op die recessie vrijdag tot 60 procent. Die vrees wordt gedeeld door veel economen. In alle prognoses zijn namelijk de vergeldingsmaatregelen die van andere landen worden verwacht, nog niet meegerekend. Ook de grote onzekerheid die bij bedrijven en consumenten zal toenemen, is in prognoses nog niet meegenomen. Als bedrijven hun investeringen gaan uitstellen en consumenten uit voorzorg de hand meer op de knip gaan houden, kunnen de gevolgen veel groter zijn dan nu in de prognoses is meegenomen.
Angst op de beurzen
Beurzen gingen wereldwijd onderuit in de laatste twee dagen van de week. Op vrijdag kregen ze een nieuwe klap, nadat China als vergelding een tarief van 34 procent op alle Amerikaanse producten aankondigde. Een verder signaal dat de handelsoorlog kan escaleren en zal resulteren in een wereldwijde economische neergang. De S&P 500 stond vrijdagmiddag 15 procent lager dan een record dat in februari nog werd gevestigd, technologiebeurs Nasdaq 20 procent lager dan het hoogtepunt in december. De Trumpbump verandert verder in een Trumpdump. Ook de beurzen in Europa en Azië gingen fors omlaag met percentages van 3 tot 5 procent op zowel donderdag als vrijdag. Bij bedrijven die sterker afhankelijk zijn van export naar de VS gingen de koersen soms met meer dan 10 procent omlaag.