Paul Jansen wordt aangehouden: ’U moet nog één ding voor me doen’, zegt de grenswacht tot m’n grote schrik

Toch valt de trip me zwaar en dat heeft, naast het afscheid van vrienden en familie, veel te maken met de aankomst. Op de luchthaven van Dulles wacht de immer lange rij voor de paspoortcontrole.
Paul Jansen: ’Steeds besef ik dat het de laatste keer kan zijn dat ik mijn ouders in mijn armen sluit’
De wachttijd ligt doorgaans op minstens een uur. Een lang lint van vliegtuigpassagiers schuifelt richting de hokjes met grenswachten. Die vormen de frontlinie van het harde migratiebeleid van de Trump-regering en stralen sowieso één en al zero tolerance uit.
In de voorbije maanden zijn er de nodige grensdrama’s in de pers geweest. Beeldvorming rond de ’boeman’ in het Witte Huis speelt daarbij een rol. Ook onder vorige presidenten was de grenspolitie op Amerikaanse luchthavens onverbiddelijk. Toch lag het aantal bezoekers uit Nederland in de afgelopen maanden circa tien procent lager dan vorig jaar.
Met een gerust hart sluit ik aan in de rij, want mijn papieren zijn in orde. Wanneer ik eindelijk aan de beurt ben, klinkt na controle van paspoort en visum aan de andere kant van het glas niet het gebruikelijke ’Safe travels home’.
Ditmaal zegt de grenswacht: „U bent er bijna, maar u moet nog één ding voor me doen.” Mijn paspoort verdwijnt in een plastic kluisje met een formulier waar de douanier iets op krabbelt. Hij wijst naar een bureau aan het einde van de hal: „Meldt u zich daar.”
Het bureau blijkt het markeerpunt van een geblindeerde gang. Als ik die instap, kom ik uit bij een ruimte waar bij de ingang ’secundaire controle’ staat. In de ruimte hangen mensen op stoelen in posities die verraden dat ze er al lang zitten. Oh nee! denk ik. Raak ik nu verstrikt in de tentakels van een hoekige Amerikaanse overheid?!
Paul Jansen moet 1500 dollar betalen om te mogen zwemmen en moet ook nog een graatmagere bejaarde meenemen
Terwijl ik plaatsneem, zie ik reizigers aan balies staan, gebarend met stapels paperassen. Dit kan weleens een lange zit worden. En wat als ze me weigeren? schiet door m’n hoofd. Kan niet, zeg ik tegen mezelf. Maar toch.
Paul en zijn gezin zitten op een trapfiets en zien hoe ontsnappers in de kraag worden gevat
Na een uurtje verbijten klinkt mijn naam, samen met die van enkele andere wachtenden. Een agent vraagt of ik journalist ben en of ik iets heb aan te geven. Een merkwaardige combinatie. Horrorverhalen over controles van elektronische devices spoken door mijn hoofd, maar in plaats daarvan zegt de man nadat ik antwoord heb gegeven: „Volg mij.”
Losgelaten
De beambte leidt ons groepje naar een andere sluis. Als we daar doorheen lopen, worden we ’losgelaten’ in de bagagehal. We zijn terug bij andere aangekomen passagiers. Ergens voelt het als een bevrijding. Er was een computerstoring, legt de grenswacht uit, daarom werden reizigers met ongebruikelijke visa eruit gepikt.
Opgelucht stap ik in een taxi. Bijna thuis!



