Economie

‘Mensen veranderen alleen door een fundamentele crisis’

Nee, geen handen schudden alsjeblieft. In het Bredase café waar met Roek Lips (64) en Paul Verhaeghe (71) is afgesproken, is meteen duidelijk dat hun gezondheid nog broos is. Lips herstelt van zeer intensieve behandelingen voor acute leukemie. Verhaeghe kreeg vorig jaar de diagnose chronische leukemie. Verhaeghe: „Een van de eerste dingen die mijn oncoloog zei, was: je sterft niet aan chronische leukemie, je sterft aan een longontsteking.” Het blijft oppassen dus, al zitten ze er monter bij.

Het is een wrang toeval dat Lips en Verhaeghe in een enigszins vergelijkbaar schuitje zitten wat betreft gezondheid. Lips, schrijver van boeken over zingeving en voormalig bestuurder van de NPO, en Verhaeghe, ook schrijver van boeken over zingeving, psychotherapeut en emeritus hoogleraar klinische psychologie aan de Universiteit Gent, zijn goede vrienden. Ze houden zich al jaren bezig met dezelfde thema’s. En dan allebei kanker, een ziekte die ook de aanleiding vormt voor hun nieuwe boeken. Die zijn zojuist uitgekomen, binnen een week na elkaar.

Lips: „Toen ik die diagnose kreeg, vroeg ik aan mijn hematoloog: kun je me in gewonemensentaal uitleggen wat kanker volgens jou is? Ik wil dit begrijpen. Hij zei: dat kan ik in drie woorden. Kanker is groei zonder richting.”

Die drie woorden staan centraal in beide boeken, die ze deels vanuit wachtkamers, ziekenhuisbedden en met infusen in de arm schreven, terwijl ze veel in gesprek bleven met elkaar. De boeken hebben hetzelfde thema, maar een andere aanpak. Dat van Lips is persoonlijker en zoekender – naar een ‘nieuw verhaal’ dat wél richting kan geven. Het boek van Verhaeghe is psychologischer en academischer, maar met een vergelijkbare diagnose: richtingloze groei maakt ons ziek.

Volgens Verhaeghe is de mindset van groei en optimalisatie doorgedrongen tot werk, tot het lichaam, tot relaties. „We meten onze stappen, slaap en hartslag, ons lichaam moet vooral Instagramwaardig zijn, met een tijdloos jeugdige uitstraling. Maar zodra nóg beter het doel wordt, is goed nooit meer goed genoeg.”

Die groeidwang zit zo diep dat die volgens hem op grote schaal psychisch lijden veroorzaakt: „De cijfers van het Trimbos-instituut tonen over de voorbije tien jaar een angstaanjagende toename van het aantal steeds jongere mensen dat uitvalt in Nederland met psychiatrische diagnoses”, zegt hij. „Ik zie dat in België net zo goed gebeuren in mijn spreekkamer.”

Het gaat over het systeem dat ons ‘fucking in de weg’ zit


Roek Lips

Inderdaad tonen de Trimboscijfers dat het aantal mensen met psychische aandoeningen in Nederland de afgelopen twintig jaar duidelijk is gestegen. Tot 2009 lag het aandeel volwassen Nederlanders met een psychische stoornis vrij stabiel op 17 procent, bij de jongste onderzoeken is dat meer dan een kwart. Verhaeghe: „De samenleving en de zorg reageren vervolgens door het medicaliseren van individuen, met labels en DSM-diagnoses bijvoorbeeld, in plaats van dat ze een belangrijke maatschappelijke bron van de problemen aanpakken: die grenzeloze en richtingloze groeidwang.”

Lips ziet iets vergelijkbaars in zijn werk – hij staat met een eigen voorstelling in het theater en geeft inspiratiebijeenkomsten over zingeving en richting vinden. „Laatst had ik 180 leidinggevenden van de gemeente Rotterdam in de zaal”, zegt hij. „Ik houd eerst mijn eigen verhaal en daarna ga ik interactief in gesprek over wat er speelt en welk verhaal ons richting geeft. De laatste tijd valt me op dat het bij al dit soort bijeenkomsten, met steeds meer emotie, gaat over het systeem dat ons ‘fucking in de weg’ zit.”

En dat systeem is de vanzelfsprekendheid van eindeloze groei zonder duidelijk doel?

Lips: „Mensen weten vaak heel goed waarvoor ze hun werk doen, maar worden afgerekend op steeds hogere productie en steeds meer efficiëntie. En ze moeten voortdurend vastleggen dat ze daaraan voldoen.”

Verhaeghe: „Op zich is groei niet verkeerd, maar groei is nu iets anders geworden dan voor – pakweg – 1980. Groei is een doel op zich geworden, geen middel meer, geen middel voor een betere samenleving. En uiteindelijk is groei een eufemistische uitdrukking voor wat neerkomt op winstmaximalisatie. Overal moet er winstmaximalisatie zijn.

„Als je een systeem wil veranderen, moet je het doel van het systeem veranderen. Dat is de basisstelling van Donella Meadows, met haar klassieke boek Thinking in Systems een belangrijke grondlegger van systeemdenken. Zolang het doel van het systeem winstmaximalisatie blijft, vermomd als ‘persoonlijke groei’, verandert er niets.”

Groei is óók heel nuttig en natuurlijk, in bepaalde levensfases. In een latere fase gaat groei over in iets anders: rijping, daarna neergang, de dood. Dat kan de vraag oproepen: projecteren jullie je eigen ziekteproces en levensfase niet op de samenleving? Terwijl er heel veel andere mensen zijn die zeggen: nee, ik wil gewoon nog groeien, ik wil vooruit.

Verhaeghe: „Het misverstand kan ontstaan dat wij tegen groei zijn. Absoluut niet. Groei is compleet normaal. Als je het toepast op de mens, en op elk levend organisme, heb je een periode van groei en expansie. Net zoals wij die in onze jeugd en jonge volwassenheid hebben. Dat moet zo. En dan volgt de rijping en uiteindelijk het afsterven, dat is de normale gang van zaken. We zijn dus niet tegen groei. We zijn tegen de illusie dat we in deze maatschappij eindeloos en richtingloos kunnen blijven groeien. Het probleem is het ontbreken van het complementaire deel: je hebt groei en je hebt rijping. Het grenzeloze van die groei is wat ons ontwricht.

„In de biologie heb je altijd een afwisseling en zelfs een evenwicht tussen uitbreiding en afname. Kanker is juist de afwijking daarop. Als er alleen maar groei is, en zeker als dat op heel veel verschillende vlakken gebeurt, kan het hele ondersteunende systeem instorten.”

Het is nogal wat om de huidige manier van leven te vergelijken met een kankergezwel.

Lips: „We kiezen die vergelijking omdat ze een gevaarlijk groeipatroon zichtbaar maakt, een ontwikkeling die uiteindelijk het geheel beschadigt waarvan de groei afhankelijk is. Dat patroon herkennen we in een economie die blijft groeien ten koste van de leefomgeving en de mensen die haar dragen. Het is een harde vergelijking, zeker omdat we allebei weten wat kanker met je leven doet. Juist daarom nemen we de vraag serieus: wanneer draagt groei bij aan het leven, en wanneer begint hij het te ondermijnen?”

Wanneer draagt groei bij aan het leven, en wanneer begint hij het te ondermijnen?


Roek Lips

Hebben jullie nieuwe inzichten gekregen door jullie eigen ziekte?

Verhaeghe: „Roeks ziekteproces is wat dat betreft veel intensiever geweest dan het mijne.”

Lips: „Ik heb een half jaar in een isolatiekamer gezeten. Daar heb ik gemerkt dat je zintuigen minder goed gaan functioneren. Ik kon steeds minder goed kleuren zien. De wereld werd letterlijk grijs. Dat was zo’n bizarre vaststelling. Je kunt sociaal niet meer functioneren als je langdurig geïsoleerd bent. Dat overleef je niet.

„Wat misschien nog wel het meest fundamenteel voor mijzelf is geweest: rond het moment dat ik een stamceltransplantatie had gekregen, was niet duidelijk of ik het zou overleven. De pijn was eigenlijk te groot om te verdragen. Mijn dochter kreeg heel even toestemming om mij op te zoeken. Ze was helemaal ingepakt en gedesinfecteerd en kwam onverwacht de kamer binnen. Het enige wat ik van haar zag, waren haar ogen. En toen zag ik in haar ogen hoe ik eraan toe was. Dat is het moment geweest dat ik dacht: ik moet stoppen, ik kan dit haar niet aandoen. En ik moet dit mezelf ook niet meer aandoen. Ik wilde uit het leven stappen.

„Daarna ben ik in een diepte en een stilte terechtgekomen die stiller was dan wat dan ook. Dat is misschien wel een beetje een mystieke ervaring geweest. Ik ben voorzichtig om daar grote woorden aan te geven, maar het is een unieke ervaring geweest.

„Wat ik toen heb geleerd, is heel fundamenteel: om het leven weer op te pakken, moet je echt ja zeggen. Dat heeft mij een aantal weken gekost. Ik ben in het diepste geweest van het niet meer willen leven, en ik heb de stap moeten zetten naar wel weer willen leven. Dat is een radicale keuze, het is transformerend geweest. Het heeft mij geleerd om me meer te verhouden tot wat ik met enige aarzeling spiritualiteit noem. Daarmee bedoel ik: de oefening om me te verhouden tot dat wat ik niet kan begrijpen, bezitten, laat staan beheersen – en wat mij toch raakt, begrenst en draagt.”

Dan moet je dus wel eerst door zo’n diepe crisis heen.

Lips: „Ja, letterlijk het dieptepunt. Dieper dan dat kan niet. En daar ontstaat het ook, de nieuwe richting. Met andere woorden: je kunt de crisis niet uit de weg gaan.”

Het blijft een grote stap om zo’n diepe persoonlijke ervaring te vertalen naar wat de samenleving of economie nodig heeft.

Verhaeghe: „Als we het hebben over fundamentele verandering, kan ik kijken naar mijn ervaring als psychotherapeut, zowel in mijn eigen praktijk als ruimer, naar de theorie daarover. Het waanidee is dat mensen veranderen op grond van inzicht. Dat gaat al meer dan een eeuw mee in de psychotherapie. Je vindt het bij Freud, bij de cognitieve gedragstherapie: als mensen maar voldoende inzicht hebben, gaan ze de juiste keuzes maken en hun gedrag aanpassen. Maar dat werkt niet.

Het waanidee is dat mensen veranderen op grond van inzicht


Paul Verhaeghe

„Mensen veranderen vrijwel alleen op grond van een fundamentele crisis. Ik heb mensen zien veranderen die bij mij kwamen op het ogenblik dat ze hun werk verloren waren, bij een echtscheiding die uit de lucht kwam vallen, bij de ziekte of dood van een kind. Dat soort dramatische zaken. Dan veranderen mensen. En dat kan vrij snel gaan.

„Als je dat uitbreidt naar het maatschappelijke, denk ik dat wij zullen veranderen op het moment dat we een collectieve crisis meemaken die voldoende lang duurt. Ik denk niet dat we daar nu al zijn.”

Wat is een goed antwoord op zo’n crisis?

Lips: „Ik denk dat een aantal dingen veel radicaler mag. Dat mensen zich radicaler mogen uitspreken, en radicaal andere keuzes mogen maken. Bij het soort bijeenkomsten dat ik met leidinggevenden heb, roep ik ook echt op tot radicaler gedrag.”

Wat betekent ‘radicaler gedrag’?

Lips: „Ik denk echt dat er een oproep zit in deze tijd, dat meer mensen moeten zeggen: hier doe ik niet meer op deze manier aan mee. Stop bijvoorbeeld als leidinggevende met extra registraties en rapportages eisen die vooral schijnzekerheid geven over efficiëntie en optimalisatie. Durf te zeggen: dit formulier voeren we niet in.”

De vaststelling die je in alle takken van de wetenschap telkens terugvindt: alles hangt met alles samen, alles is met alles verweven.

Welk nieuw verhaal kan dan wél richting geven aan groei die gezonder en begrensder is?

Verhaeghe: „Eerlijk gezegd vind ik het niet zo moeilijk om te bedenken wat zo’n nieuw verhaal nodig heeft. Dat nieuwe verhaal zal wat mij betreft op wetenschap gebaseerd zijn, met name op de vaststelling die je in alle takken van de wetenschap telkens terugvindt: alles hangt met alles samen, alles is met alles verweven. En op onze verantwoordelijkheid daarbij, omdat wij nu eenmaal de levensvorm zijn die het meest kan ingrijpen op dat geheel. We hebben daar een gigantische verantwoordelijkheid voor. Dus het nieuwe grote verhaal zal een ecologisch verhaal worden.”

Lips: „In plaats van één nieuw verhaal zou ik nu zeggen: je kunt pas weten wat je moet doen als je weet van welk verhaal of verhalen je deel uitmaakt; hierop afstemmen in het hier en nu, en juist kijken vanuit verschillende perspectieven. Wat vraagt het leven van mij en hoe ga ik hier antwoord op geven? En dan gaat het erom wat je terugziet in je handelen. Een van de verhalen waarin we als samenleving zo hardnekkig zijn gaan geloven, is dat we elkaars concurrenten zijn, dat we voortdurend in competitie zijn met elkaar, en dat we ten koste van alles moeten blijven groeien. Dat hóéft helemaal niet.” 

Correctie: 11-10 (20.15u) In een bijschrift stond in een eerdere versie dat Paul Verhaghe psychiater is. Dat klopt niet, hij is psycho-analyticus. Hierboven is dat aangepast.






Related Articles

Back to top button