Economie

Wat we kunnen leren van de Nobelprijs: de waarde van politieke rust

De economie is geen machine, de economie dat zijn wij, een krioelende, nijvere mierenhoop. Van kopers en bouwers, van uitvinders en onderwijzers, van dienstverleners en investeerders, van ondernemers en beleggers. Miljoenen en miljarden mensen die elke dag besluiten hoe ze de toekomst zien, of ze op hun geld blijven zitten of het laten rollen, of ze van baan veranderen, zich scholen, een bedrijf beginnen, hun prijzen verhogen, personeel aannemen.

En als je die mierenhoop wilt beschermen tegen zware recessies en depressies, tegen langdurige hoge werkloosheid of almaar stijgende prijzen – stuk voor stuk zeer pijnlijke episodes in de menselijke geschiedenis die diepe sporen nalaten en de armste huishoudens het hardst raken. Dan moeten regeringen en centrale banken niet alleen de economie af en toe afremmen of juist stutten met slim geld, maar ook met mensen en bedrijven práten over wat ze doen, hun verwachtingen managen en onzekerheid wegnemen, en zeggen: kijk, daar, een tijdje verder in de toekomst, daar gaan we met zijn allen heen.

Een juwelendoosje vol mooie lessen zit in de inzichten van de twee economen die deze week de Nobelprijs voor economie wonnen. Maar deze bleef bij mij hangen: de kracht van geloofwaardig, transparant, stabiel beleid. Beleidsmakers moeten met mensen praten over wat ze willen bereiken, wil beleid slagen. En waar ik ook direct aan dacht: het contrast met het grillige beleid van nu, van het kabinet-Jetten, van de Europese Unie, van Donald Trump.

Soms kom je met woorden al een heel eind om een spiraal van paniek te stoppen. Wat daarvoor nodig is: geloofwaardigheid

Want mensen en bedrijven baseren de beslissingen die ze nu nemen op hun verwachtingen van de toekomst: hoe hoog hun inkomen zal zijn, hoe duur het wordt om geld te lenen. Regeringen en centrale banken kunnen de besluiten van nu veranderen door te vertellen wat ze gáán doen, bijvoorbeeld met de rente.

Soms kom je met woorden al een heel eind om een spiraal van paniek te stoppen. Zoals toen Mario Draghi in 2012 zei dat de Europese Centrale Bank er alles aan zou doen om de euro overeind te houden, whatever it takes, om te voorkomen dat de eurozone uiteen zou vallen. „En geloof me, het zal genoeg zijn.” Wat regeringen en centrale banken daarvoor nodig hebben: geloofwaardigheid.

De Amerikanen Robert Hall en Michael Woodford kregen de Nobelprijs voor hun wetenschappelijke onderbouwing van hoe regeringen en centrale banken economische klappen kunnen verzachten. Overal ter wereld maken centrale banken en regeringen al tijden gebruik van hun inzichten.

Het vermoeden van het Nobelcomité is dat de zware schokken van de financiële crisis (2008), de coronacrisis (2020) en de energiecrisis (2022) een kleinere impact hadden dankzij op Hall en Woodford geïnspireerd beleid. Er kwam geen Grote Depressie zoals in de jaren dertig, geen langdurig hoge werkloosheid en hoge inflatie zoals tijdens de oliecrises van de jaren zeventig.

„Amerikaanse en Europese centrale banken hebben de hoge inflatie die ontstond na de coronacrisis en tijdens de energiecrisis snel in de kiem gesmoord. Terwijl er ook toen nog economen waren die vreesden dat de inflatie pas zou dalen na een recessie en hoge werkloosheid”, zegt Eric Bartelsman, hoogleraar aan de VU.

Hoe? „Dat weten we niet precies. Maar de Amerikaanse en Europese centrale bank waren zo geloofwaardig toen ze zeiden dat ze de inflatie zouden temmen dat de inflatie afnam. Zonder dat de rente dramatisch omhoog moest.”

Hoge inflatie kan leiden tot een spiraal van prijsstijgingen. Vakbonden vragen hogere lonen om de hoge prijzen te compenseren. Bedrijven verhogen vervolgens hun prijzen om de hogere loonkosten goed te maken. „Doordat bedrijven en mensen geloofden dat de inflatie zou dalen, hielden ze zich allemaal een beetje in. De opwaartse spiraal stopte.” Tegelijkertijd boden regeringen rust door huishoudens en bedrijven met geld te steunen. „Er is echte schade en angst voor schade. Die angst kunnen regeringen wegnemen, daardoor wordt de klap minder groot.”

Bartelsman werkte 6,5 jaar bij de Fed, de Amerikaanse centrale bank, en zag daar de macht van management by speech. „De Fed verkondigde steevast dat de rente op de markt binnen een bandbreedte moest blijven, anders zou ze ingrijpen. Maar ingrijpen hoefde niet. Alleen al door het te zeggen, bleef de rente erbinnen. Handelaren op de financiële markten gokken niet tegen de centrale bank, die heeft namelijk altijd meer geld.”

Wat kunnen we hier nu van leren?

  1. Hoe belangrijk de geloofwaardigheid van centrale banken is, en hoe zorgelijk de pogingen van Trump om de onafhankelijkheid van de Fed te ondermijnen. Voor je het weet, is de Fed een kostbaar wapen kwijt: de geloofwaardigheid van haar woorden.
  2. Grillig beleid heeft een economische prijs: bedrijven stellen investeringen uit. Neem de handelsoorlog van Donald Trump, waarin hij de hoogte van importheffingen telkens verandert.
  3. Bij grote veranderingen zoals het klimaatvriendelijker maken van de Europese economie is terugkrabbelen, zoals de EU nu doet, funest. Denk aan het afgezwakte verbod op nieuwe benzineauto’s vanaf 2035. „Die nieuwe markten komen alleen van de grond als de overheid de onzekerheid doorbreekt, en niet zelf weer vergroot zoals nu.”

Dat regeringen juist nu spelen met de geloofwaardigheid van hun beleid is extra riskant. Door klimaatverandering, AI en agressievere grootmachten neemt de kans op economische schokken toe. Tegelijk hebben regeringen minder geld om crises te bestrijden. Door de economische steun tijdens de coronacrisis en de energiecrisis zijn de staatsschulden van veel landen sterk gestegen. De rentekosten lopen op, de vergrijzing begint.

Als crisisbestrijding de afgelopen decennia een vernuftige dans was tussen slimme autoriteiten en al die miljoenen mensen en bedrijven, dan dreigt een van die danspartners nu de vloer te verlaten.






Related Articles

Back to top button