Nederlandse bedrijven mogen hun strategische olievoorraden verkopen: wat betekent dat en heeft dat het gewenste effect op de wereldwijde olieprijs?

Bij het ministerie van Economische Zaken is het de komende weken ook nog afwachten wat er allemaal precies gaat gebeuren, zegt een woordvoerder. Vorige week heeft het kabinet Nederlandse bedrijven toestemming gegeven om olie uit hun zogeheten strategische voorraad te verkopen op de wereldmarkt. Het gaat om maar liefst 2,7 miljoen vaten olie van bedrijven, bestemd om de wereldwijde hoge olieprijzen, veroorzaakt door de oorlog in het Midden-Oosten, wat te dempen. Het is niet de eerste keer dat Nederland olie uit zijn reserves vrijgeeft, zegt de woordvoerder, maar „nooit eerder ging het om zulke grote volumes als nu”. Deze situatie is uniek, wil hij maar zeggen.
Nederland staat hier niet alleen in. De vrijgave is onderdeel van de noodmaatregel die ruim dertig lidstaten van het Internationaal Energie Agentschap (IEA) afgelopen maart al namen: het gezamenlijk vrijgeven van 400 miljoen vaten olie uit hun reserves. Dat vrijgeven gaat gecoördineerd: niet alle landen doen het tegelijk en de verkoop vindt verspreid over een aantal maanden plaats. Nederland is een van de laatste landen die hun voorraden daadwerkelijk beschikbaar stellen.
Waarom is Nederland hier zo laat mee? Wie bepaalt dat? En nog vijf andere vragen.
1Eerst even: hoe zit het ook alweer met die afspraak tussen de IEA-landen?
De 32 leden van het IEA, waar Nederland ook bij hoort, hebben afgesproken ieder voor minstens drie maanden aan strategische olievoorraden vast te houden. Zij mogen zelf kiezen welke aardolieproducten dat zijn, zoals diesel, benzine, kerosine en ruwe olie. In totaal hebben de IEA-leden honderden miljoenen vaten klaarliggen. Die olie wordt niet verhandeld, maar is bedoeld om pas in tijden van crisis de wereldmarkt op te ‘vloeien’.
Met 400 miljoen vaten is dit de grootste vrijgave in de geschiedenis.
2Van wie komt de olie die Nederland gaat vrijgeven?
Grootverbruikers van olie – denk aan bedrijven als Shell en BP – moeten van de Nederlandse staat een strategische olievoorraad aanhouden als onderdeel van de strategische voorraad van Nederland. Gezamenlijk beschikken die bedrijven over 2,7 miljoen vaten olie – wat ongeveer naar rato is met de andere landen. Die bedrijven mogen al die vaten nu vrijgeven.
Ze mógen deze olie dus verkopen, wat niet betekent dat ze dat ook echt gaan doen. Daardoor is niet met zekerheid te zeggen hoeveel olie er daadwerkelijk zal worden verkocht op de wereldmarkt.
Om te profiteren van de hoge olieprijs zullen bedrijven over het algemeen snel willen verkopen, verwacht de woordvoerder. Maar het is nog te vroeg om cijfers te noemen. Oliebedrijven reageren terughoudend op vragen hierover, deels doordat deze bedrijven niet met media praten voorafgaand aan de publicatie van hun halfjaarcijfers.
De staat heeft zelf ook nog eens 2,7 miljoen vaten in handen, wat de totale strategische olievoorraad van Nederland op 5,4 miljoen brengt. De staat zal zijn strategische voorraden de komende weken of maanden gefaseerd inzetten. Wanneer dit precies gebeurt en in welke hoeveelheden is nog niet besloten.
3Wie bepaalt of Nederland strategische ollievoorraden vrijgeeft?
In IEA-verband stemmen de landen onderling af of ze gezamenlijk een deel van hun strategische voorraden gaan vrijgeven. De vrijgave is immers alleen effectief als landen dit samen doen. Een klein beetje olie van enkele landen heeft nauwelijks effect. Bovendien zouden andere landen dan kunnen meeliften op het bredere aanbod op de wereldmarkt, terwijl ze hun eigen voorraad veilig achter de hand houden.
Zodra dat besluit in IEA-verband is genomen, is het uiteindelijk aan de Nederlandse overheid hoe en wanneer Nederland zich aan die internationale afspraak gaat houden. Landen hebben dus vrijheid in het bepalen wanneer zij aan de beurt zijn. Het IEA waakt ervoor dat niet alle leden tegelijk hun olie de markt op laten vloeien.
4Zo’n twee derde van de strategische voorraad is de wereldmarkt al opgegaan. Waarom doet Nederland nu pas mee?
Omdat veel landen, waaronder de Verenigde Staten, direct begonnen met vrijgeven, zegt de woordvoerder van Economische Zaken. Daardoor bleef er genoeg olie op de markt en was de Nederlandse bijdrage nog niet nodig. Maar toen vorige week de olieprijzen opnieuw flink stegen – de prijs kwam zelfs weer even boven de honderd dollar per vat uit – besloot Nederland „dat het noodzakelijk was om het stokje over te nemen van andere landen”.
5Om welk type aardolie gaat het?
Het is aan de bedrijven om te bepalen wat zij verkopen, zegt de woordvoerder. De situatie voor kerosine is wereldwijd nijpender dan voor andere soorten olie. Hoge prijzen op de wereldmarkt zijn vervelend voor bedrijven, maar het zou nog vervelender zijn als ze in de toekomst helemaal niet meer aan kerosine kunnen komen. „Dus het kan goed zijn dat bedrijven in de luchtvaart hun kerosine, ondanks de hoge prijzen die ze ervoor kunnen krijgen, liever nog even achter de hand houden.”
Dat is in ieder geval wat het kabinet voorlopig gaat doen. „Wanneer wij gaan vrijgeven, zal die mix voorlopig nog geen kerosine bevatten.”
6Zal de Nederlandse vrijgave effect hebben op de olieprijzen wereldwijd?
Het idee is dat andere (Europese) IEA-landen als reactie op de hoge prijzen het Nederlandse voorbeeld zullen volgen. De wereld verbruikt ongeveer 100 miljoen vaten olie per dag, het effect van die paar miljoen Nederlandse vaten alleen zal dus niet groot zijn.
En zolang de oorlog aanhoudt, zal het prijsdempende effect beperkt zijn, weet ook de woordvoerder van Economische Zaken. Ook als meerdere landen nu vrijgeven. „Maar we moeten hoe dan ook onze internationale afspraken honoreren. En alle volumes die de markt op komen, helpen.”
Sinds afgelopen vrijdag hebben de Verenigde Staten overigens geen aanvallen op Iran uitgevoerd, en andersom ook niet. Als gevolg daarvan zakte de olieprijs na het weekend naar rond de 85 euro per vat.
7Al die strategische olie moet uiteindelijk ook weer allemaal worden aangevuld, toch?
Klopt, maar er zal wat tijd overheen gaan voor dat gaat gebeuren. Het ministerie zegt bedrijven niet te verplichten hun voorraden opnieuw aan te leggen zolang de prijzen hoog en instabiel zijn.
Zodra Nederland de opdracht geeft om de voorraden weer aan te leggen, zal het nog maanden duren voor de silo’s wereldwijd weer gevuld zijn. Want als ieder land tegelijk begint met het aanvullen van zijn voorraden, neemt de vraag naar olie toe. En dat drijft de olieprijs juist weer op.



