Oude en nieuwe Belgische mode in de etalage: Antwerp Fashion Festival

Op de gong na is het muisstil in de koepel van de Botanic Sanctuary in Antwerpen. Een gonzend volume vult de ruimte, een hoge vrouwenstem zet in, ernaast bespeelt een man uitheemse instrumenten. Het eerste model komt op in diepe bezinning — armen achter zich gekruist, blik op de voeten — in loshangende pantalon met zwart gilet, bij elkaar gehouden met een teer mosgroen zijdedraadje.
Wat zich erna afspeelt lijkt wel een familieopstelling. Elk model krijgt een plek in de ruimte en de opdracht zich tot de ander te verhouden, met het theatrale van een Galliano-show: lange schreden, alles in slow motion. Twee heren in complementaire outfits draaien om elkaars as. Leer en lak kijken elkaar aan. Perzische tapijten maken contact met kimono’s: sjahs en geisha’s. Aan een herenvest met brokaatachtige bloemenstof hangen harige mouwen van imitatiebont. Nadav Perlman, afgestudeerd aan de Koninklijke Academie in 2021, wil met zijn mode verschillen overbruggen tussen culturen, uiteenlopende typen mensen, de present en de past.
Beleving
Met de performance van Perlman wordt het Antwerp Fashion Festival op vrijdag 5 juni officieel geopend. Hij is één uit een pool van talenten waarlangs je Antwerpen een modestad mag noemen. Het goede imago van Belgische mode kleeft nog te veel aan het succes van ‘The Antwerp Six’ van veertig jaar geleden. Met het festival, van 4 tot 7 juni, viert de stad bovenop dat erfgoed een frisse wind. Op 85 plekken zijn presentaties, installaties, talks en expo’s te zien, en speciaal opgedirkte winkelruiten te begluren. Pitstops zijn te herkennen aan uithangborden in primaire kleuren — gifgeel, petrol, hot pink — met in cursief ‘Antwerp Fashion Festival’. Sinds 2009 was er niet zoiets soortgelijks. Dus het loopt storm.
Uit het programma blijken de vooruitstrevende bedoelingen van de organisatie, aangestuurd door Flanders District of Creativity. Uiteindelijk moet het de Belgische retail een boost geven, maar eerst moet het beeld van de eigentijdse, onafhankelijke Belgische mode worden aangescherpt. Vandaar de focus op breed publiek, met naast kleding ook kunst en beleving. Een ‘modeweek’ moest het niet worden, legt Elke Timmermans uit. Ze hielp ook de Berlijnse modeweek opfrissen met spannende showlocaties en community-building — die blauwdruk nam ze mee. “Wij zitten veel te dicht bij Parijs. Er is geen interesse voor nóg een Fashion Week.” In plaats daarvan zocht Flanders naar een aanpak waarop de modestad vanuit cultuur en bedrijvigheid kan leunen.
Bezoekers komen ervoor uit Frankrijk, Engeland, Italië en Nederland. Ambrose Jude Van Tiberias, allround creative in de mode, is onder de indruk. “Vergeleken met het commerciële karakter in Amsterdam berust de mode hier meer op ambacht. Ik voel een soort vreugdevonk — er is hoop en toekomstpotentieel voor een eigen, creatieve, onafhankelijke industrie. Het niveau van de mode hier bestaat in Amsterdam niet meer.”
Toegankelijker dan Parijs
Op de intieme presentatie van Jan Jan van Essche in het Muziekmuseum Vleeshuis staan Bas Slootman en Alexandra Schott inspiratie op te doen voor hun nieuwe modeplatform Arcatype. Ontwerpers staan vaak naast hun werk, en dat voegt wat toe, vinden ze. “Door zo direct hun verhaal te horen, begrijp je de ontwerpfilosofie beter. Zelfs als het niet helemaal je eigen esthetiek is, kun je de gedachte erachter waarderen.”
Intrigerend aan de Belgische mode vinden ze de elegantie. “Daar is in Nederland vrij weinig van over.” Slootman wijst op de installatie van Kié Einzelgänger in de galerie van Tommy Simoens, een vervallen handelsgebouw over vier verdiepingen. “De kwaliteit van de kleren was ongeëvenaard, het concept goed doordacht. Het heeft een diepe indruk op mij gemaakt.”
Voor Schott is de stad een verademing ten opzichte van het hautaine Parijs. Ze studeerde modeontwerp in New York en zoekt op het festival naar andere perspectieven. “Antwerpen biedt toegankelijkheid, het is minder confronterend dan Parijs, met al zijn luxehuizen. Ontwerpers kunnen het modebeeld daardoor makkelijker uitdagen.”
Hart van de stad
Het festival is ook een eerbetoon aan de stad en zijn architectuur. Marie Bernadette Woehrl geeft haar theaterperformance met dansers en een operazang in de plenzende regen, in een oude kasteeltuin achter kunstcentrum Ercola. In Het Huis Happaert laat modemerk Bernadette, van moeder en dochter Bernadette en Charlotte De Geyter, een korte analoge modefilm zien: The Hostess. Voor de screening til je een zwaar velours gordijn op. Erachter staan de deftige japonnen van de verveelde hoofdpersonen te kijk.
Een echte trekpleister is La Collection: eigentijdse mode in een imposant avant-gardepand van de juwelenfamilie Ruys, ontworpen door architect Ferdinand Truyman. Beneden staan draperieën van hennep-zijde en scherpe colberts naast historische naaimachines, flacons en jugendstilspijlen. De winkeljuf heeft het er druk mee, al kan ze niet vertellen of er ook meer sales komen door zo’n afleidend monument.
Antwerpen is synoniem met statigheid, als historische haven- en handelsstad, thuis van Peter Paul Rubens en de diamantindustrie. Tegelijk manifesteert zich een net zo rijkbedeelde moderne ‘vibe’: in design concept stores, talloze koffiezaken, en de golvende glazen gevel van het Provinciehuis, waar Christian Wijnant showt op het dak. In de prominente galeries aan de Waalsekaai — en dan met name die van Sofie van de Velde. Deze maand kun je er de schetsen van Walter van Beirendonck bemachtigen voor 700 euro per stuk.
Aanstormend talent Julie Kegels legt haar werk uit met een kunstinstallatie in de moderne Cour Gallery. Voor “After Work” dompelde ze de ruimte onder tot de huiskamer van haar hypothetische vrouwelijke klant — een bezige bij, altijd druk. Ze steekt bovendien de draak met de manier waarop de modebusiness alles esthetiseert: make-upvlekken op bed, een verdwaalde stiletto. Een artistieke, gewaagde keuze; er komt geen nieuwe mode aan te pas.
Talent
In drie dagen krijgt de bezoeker veelbelovend talent voorgeschoteld. Marcel Sommer maakt zijn duistere debuut in de kerk, met fel achterlicht als het vagevuur vanuit de coulissen. Florentina Leitner bouwde een speelse installatie voor in het MoMu: modellen op een kasteel van zilverfolie, knuffel onder de arm. ‘You are a Star’ staat op het T-shirt. Tom Van Der Borght fleurde interieurzaak Donum op met inclusieve paspoppen, en voorzag de stationshal van Antwerpen-Centraal van een inflatable: een Ponyvis met de lengte van een bus.
Kunstmuseum KMSKA liet pas afgestudeerde talenten mode bij zelfgeselecteerde kunstwerken bedenken. Een aantal doet ook mee aan The Carousel, een digitale modeshow op losstaande schermen naar ontwerp van Shoottheartist, bekostigd door Porsche — buiten op straat, ook voor mensen uit de buitenwijken. “Dat vind ik tof,” zegt modefotograaf en -producent Bjorn Tagemose. In de dome voelt hij de spirit van de Antwerpse Zes terug, met name die van Marina Yee.
“Net als deze nieuwe generatie wilde zij alles op alles zetten. Op de beurs in Londen, veertig jaar geleden, staan de Zes op de eerste verdieping en niemand komt hen zien. Het is Marina die toen naar beneden is gegaan, en iedereen naar boven heeft gekregen, waarop de Engelse pers schreef: dít is underground. Wat daar gebeurt is cool.” Hij voelt hetzelfde bij nieuwe gezichten als Pommie Dierick, Facon Jacmin en Mattia van Severen.
Het is een hoge kunst om dat Antwerpse mode-erfgoed met het nieuwe te verbinden. De expo over de Antwerpse Zes in het MoMu staat felroze gearceerd in het programmaboekje — jong talent voelt zich in hun voetsporen gesteund. Op de uitverkochte show van de academiestudenten, tweemaal gegeven in het weekend, komt het allemaal weer terug. Studenten hopen in verband gebracht te worden met het activisme van Yee — pionier in het upcyclen van vintage parels — en de rijkbedeelde materialiteit bij Dries van Noten, doordrenkt van historische verwijzingen, zonder dat het stoffiger wordt.
W voor Walter
En wat is Antwerpen voor modestad zonder Walter van Beirendonck? Die vraag heeft hij ook zichzelf gesteld, en beantwoord met een thuiswedstrijd voor zijn 40-jaar-jubileumshow, in een bouwval van een Boerentoren op donderdagavond. Hakken zijn verboden, tickets moeilijk te bemachtigen. De show is op zeven hoog. Hevig applaus komt al voor en tijdens de show van oudgedienden — een ontroerde Ann Demeulemeester op de eerste rij.
Exuberant vrolijke knitwear uit veertig jaar oeuvre komt op de grijze betonvloer voorbij, van lange truien met protestteksten tegen de manosfeer (‘Bad Bad Boys’, AW 1986-1987) tot de full-body-bloemenbreisels in ‘Scarecrow’ (AW 2026-2027). In de shownotes stelt Van Beirendonck de vreugde en de hoop voorop. Tonight I’m showing 40 years of dreams. The masks, the monsters, the lovers, the warriors, the dreamers. 40 years of fantasy with a fist.
In vele opzichten is hij het stralend middelpunt van het festival — door de collectie en zijn aanwezigheid bij andere stops, in gesprek met bezoekers, de mode aan het vieren. Er is niets nostalgisch aan zijn presentatie, legt hij later uit bij Sofie van de Velde. Zijn show levert louter bewijs dat verbeeldingskracht geen leeftijd kent, en dat mode een belangrijke functie heeft. “A whole life can be spent dreaming the world awake.”



