Economie

Vier partijen presenteren nóg een wetsvoorstel dat zzp’ers duidelijkheid moet bieden – maar doet dat het ook?

Het wordt er voorlopig niet duidelijker op voor zelfstandig ondernemers en hun opdrachtgevers. Welk werk mag een zzp’er doen om als ondernemer te worden gezien, en wanneer moet diegene in dienst worden genomen? Het is een vraag waar politiek Den Haag al meer dan tien jaar mee worstelt. Opeenvolgende ministers probeerden hier meer duidelijkheid over te geven, tot nu toe vergeefs.

En nu liggen er zelfs twee concurrerende politieke voorstellen. Minister Eddy van Hijum (Sociale Zaken, NSC) zal binnenkort het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar) naar de Tweede Kamer sturen. Donderdag kwam daar een plan bij van Tweede Kamerleden van VVD, D66, CDA en SGP. Zij presenteerden een conceptversie van hun Zelfstandigenwet.

Beide plannen zijn bedoeld als oplossing voor hetzelfde probleem: schijnzelfstandigheid. Het inhuren van zzp’ers is soms aantrekkelijk voor werkgevers, omdat voor hen geen strenge ontslagregels gelden en ze niet doorbetaald hoeven te worden bij ziekte. Ook voor werkenden kan het ondernemerschap soms aantrekkelijker zijn. De vrijheid je tijd zelf in te delen en bepaalde belastingvoordelen kunnen opwegen tegen de opbouw van een pensioen en een vast salaris, of je ziek bent of niet.

Maar sommige soorten werk móéten door een werknemer in loondienst worden gedaan, bijvoorbeeld als diegene weinig vrijheid krijgt om de klus op zijn eigen manier of op een zelf gekozen tijdstip uit te voeren. Als een werkgever zo iemand toch als zzp’er laat werken, kan die door de rechter worden teruggefloten. Dan moet de medewerker met terugwerkende kracht alsnog in dienst worden genomen.

Het probleem is: in de wet staat niet glashelder waar de grens ligt tussen werk dat een zzp’er wel en niet mag doen. Er is een grijs gebied. Als rechters daarover moeten oordelen, kijken zij naar tal van omstandigheden. Naar de werkzaamheden zelf, en hoeveel vrijheid de werkende daarin krijgt, bijvoorbeeld. Maar ook naar de persoon die dat werk uitvoert en hoe ondernemend die is.

Het wetsvoorstel van Van Hijum probeert die rechterlijke uitspraken te vertalen in een aantal hoofdprincipes. Wie daaraan voldoet, zou niet bang hoeven te zijn dat een rechter hem/haar terugfluit. Maar dit plan geeft zzp’ers nog steeds „niet voldoende zekerheid”, schrijven de Kamerleden in de toelichting van hun eigen wetsvoorstel. Datzelfde oordeelde eerder ook kabinetsadviseur de Raad van State.

Zelfstandige centraal

De Kamerleden van VVD, D66, CDA en SGP claimen die zekerheid nu wel te geven. Het belangrijkste verschil: in hun voorstel is de persoon van de zelfstandige belangrijker. Van Hijums wetsvoorstel kijkt meer naar het type werkzaamheden dat een zzp’er mag verrichten.

Heb je meerdere opdrachtgevers, bepaal je zelf je tarief en heb je zelf een verzekering tegen arbeidsongeschiktheid en een pensioenpot geregeld? Dan zou je volgens het voorstel van VVD, D66, CDA en SGP eerder zekerheid moeten hebben dat je als zelfstandige mag werken. Ook is in hun voorstel „de wil” van de zzp’er belangrijker. Kies je bewust voor het ondernemerschap? Dan is dat een aanwijzing dat je ook echt ondernemer bent. Tegelijk wordt in hun voorstel óók gekeken naar de werkzaamheden zelf. Als je in roosterdiensten moet werken en niet zomaar vrij kan nemen, is dat een indicatie dat je tóch in dienst moet komen.

Kortom: ook in dit voorstel blijven meerdere criteria naast elkaar bestaan. Daarmee biedt het toch niet de duidelijkheid waar zzp’ers en opdrachtgevers zo naar snakken, denkt Johan Zwemmer, advocaat en universitair docent arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam. De criteria aan de hand waarvan moet worden bepaald dat het werk op zzp-basis kan worden verricht zijn in dit voorstel „vager dan in de huidige jurisprudentie en het wetsvoorstel Vbar”, en zullen net als in de huidige situatie geïnterpreteerd moeten worden door rechters.

Neem de vraag of iemand echt als zelfstandige wil werken. Hoe controleer je of een zelfstandige daarover de waarheid spreekt? „Je hebt ook niet zoveel keuze. Op het moment dat je een inkomen nodig hebt en alleen werk kan krijgen als zelfstandige, dan zeg je dat je dat wilt,” zegt Zwemmer.

Grote verschillen met België

De vier Kamerleden lieten zich inspireren door Belgische wetgeving. Maar volgens arbeidsrechtdocent Zwemmer zijn beide systemen niet zomaar te vergelijken. In België is het verschil tussen zzp’ers en werknemers minder groot. Zo is er daar voor zzp’ers automatisch een pensioenregeling en een verzekering tegen arbeidsongeschiktheid, waardoor zelfstandigen duurder zijn voor werkgevers. Ook is het verschil in fiscale behandeling van een zzp’er en een werknemer minder groot dan in Nederland. En het vaste contract is in België juist minder ‘vast’. Daardoor maakt het voor werkgevers minder verschil of zij bepaald werk door een zzp’er of een werknemer laten doen.

In een debat over de zzp-regels donderdag In de Tweede Kamer kreeg het voorstel kritiek, van onder anderen minister Van Hijum. Hij betwijfelde dat het alternatieve plan „daadwerkelijk gaat leiden tot meer duidelijkheid”.

Van Hijum vindt vooral dat de vier partijen een te grote rol toekennen aan de ‘wil’ van de zzp’er en opdrachtgever. Zolang de omstandigheden van het werk bepalen of je zzp’er kunt zijn, is dat gemakkelijker vast te stellen, aldus de minister. Als intenties belangrijker worden, kan in theorie elke soort werk door een zzp’er gedaan worden. En dat zou een „fundamentele herziening van het arbeidsrecht” zijn, zei Van Hijum. „Je zet daarmee de deur open naar het type arbeidsrelatie waarin je niet meer beschermd bent door ontslagrecht, geen loon bij ziekte hebt en geen WW-rechten opbouwt.”

VVD-Kamerlid Thierry Aartsen, een van de schrijvers van het alternatieve voorstel, werd door coalitiepartner NSC ervan beschuldigd een afspraak uit het hoofdlijnenakkoord te hebben geschonden. Daarin staat dat het kabinetsvoorstel ‘Vbar’, dat al onder Rutte IV werd bedacht, wordt „voortgezet”. „Afspraak is afspraak”, zei NSC-Kamerlid Ilse Saris. Ook PVV’er Maikel Boon „schrok” ervan „hoe makkelijk” Aartsen „over afspraken heen stapt”.

Maar volgens Aartsen is er niets aan de hand. Hij is simpelweg kritisch over de plannen van Van Hijum. „Het staat ons vrij om betere ideeën in te brengen.”


Lees ook

Van zzp naar bv, wanneer is dat een goed idee?

Veruit de meeste mensen die voor zichzelf beginnen worden zzp’er, wat bij de Kamer van Koophandel (KvK) een ‘eenmanszaak’ heet.




Related Articles

Back to top button