89 procent van rijke Nederlanders sport, bij lage inkomens slechts 66 procent
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.metronieuws.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2025%2F11%2Fsporlab-XiZ7pRvCzro-unsplash.jpg)
Hardlopen is wereldwijd een van de populairste sporten, maar het blessurerisico is groot.
Foto: Unsplash
Mensen met een lager inkomen sporten minder vaak dan mensen met een hoger inkomen, en die kloof is in de afgelopen tien jaar alleen maar groter geworden. Met name de kosten vormen een drempel, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Toch blijven sommige sporten aan populariteit winnen.
Metronieuws op WhatsAppDe opvallendste nieuwtjes, mooiste verhalen en handigste tips direct in WhatsApp.
Volg Metro
In 2024 gaf bijna acht op de tien mensen aan in de voorgaande twaalf maanden minstens één keer te hebben gesport. Dat aantal is al bijna tien jaar hetzelfde. Wel zijn er grote verschillen op te merken tussen mensen met verschillende financiële situaties.
Verschil tussen rijk en arm is toegenomen
Uit onderzoek van het CBS komt een duidelijk patroon naar voren: hoe hoger het inkomen, hoe meer mensen sporten. In de hoogste inkomensgroep sport 89 procent van de mensen, een flink aantal. Tien jaar geleden was dat ook al zo: toen sportte 88 procent van de mensen uit de hoogste inkomensgroep.
Daartegenover staat dat mensen met een laag inkomen juist weinig sporten en in tien jaar tijd ook minder zijn gaan sporten. Het gaat om 66 procent van de mensen uit de laagste inkomensgroep, terwijl dat eerst nog 72 procent van de mensen was.
Het verschil tussen de hoge en lage inkomensgroepen is hierdoor in tien jaar tijd toegenomen met bijna 10 procent.
Kosten blijken een belangrijke factor
Ook wat voor sport mensen doen, is afhankelijk van hun inkomen. Mensen uit de hoogste inkomensgroep doen vaker aan fitness, golf, hockey, padel, tennis en wielrennen dan mensen uit de laagste inkomensgroepen. Andersom is dat niet het geval: er is geen sport die vaker wordt gedaan door mensen uit de laagste inkomensgroep dan door mensen uit de hoogste inkomensgroep.
De kosten lijken een belangrijke verklaring voor de verschillen in sportgedrag. Mensen met een lager inkomen zeggen vaker dan mensen met een hoger inkomen dat kosten een reden zijn om niet te sporten. In de laagste inkomensgroep vindt 69 procent de kosten van sporten te hoog, tegenover 43 procent van de hoogste inkomensgroep.
Daarnaast zegt 32 procent van de mensen uit de laagste inkomensgroep na het betalen van de vaste lasten onvoldoende geld over te houden om te sporten. In de hoogste inkomensgroep is dit 6 procent. Als sporten gratis zou zijn, zeggen veel mensen uit de laagste inkomensgroep wel meer te willen gaan sporten, zegt het CBS.
Aantal sporten neemt toe in populariteit
Het aantal mensen dat sport, is sinds 2014 nagenoeg stabiel, maar de sporten die worden beoefend, zijn wel enigszins veranderd. Fitness is bijvoorbeeld in populariteit toegenomen. In de meest recente peiling van het CBS deed 30 procent van de mensen minstens een keer aan fitness in de afgelopen twaalf maanden. Daarmee was fitness duidelijk de meest populaire sport. Het aantal mensen dat aan fitness doet, is in tien jaar tijd toegenomen met 4 procent.
Ook wandelen of nordic walken zijn populairder geworden en zijn nu de op een na populairste sport om te beoefenen. Dan volgen zwemmen, hardlopen en zaal- of veldvoetbal. Al die sporten namen, met uitzondering van zwemmen, ook toe in populariteit.
Dit zijn de best gelezen artikelen van dit moment:

