Oliereus Petrogas wil nu óók grootschalig CO2 opslaan in de Noordzee

Naast Porthos en Aramis moet er nóg een groot CO2-opslagproject komen in de Noordzee. Abeona, een Nederlandse dochter van het Omaanse gasbedrijf Petrogas, wil CO2 uit de industrie gaan opslaan in lege gasvelden in de buurt van Den Helder.
Het is een opvallende aankondiging omdat ze in eerste instantie de onzekerheid rond plannen om CO2 op te slaan in de Noordzee vergroot. Aramis, een groot privaat-publiek CO2-opslagproject dat al meer dan vijf jaar in voorbereiding is, is afhankelijk van industriële bedrijven die zich eraan committeren. Is er genoeg ‘opstartvolume’, dan kan er groen licht komen voor aanleg van de pijpleiding om CO2 vanuit de haven van Rotterdam naar de lege gasvelden te brengen. Nu gaat ook Abeona dingen naar industriële klanten.
Abeona wil CO2 vanuit Amsterdam via IJmuiden transporteren door een leiding in de Noordzee die het oliebedrijf tussen 1982 en 2022 gebruikte om de olievelden Hem en Helder leeg te ‘produceren’. Deze velden liggen zo’n veertig kilometer uit de kust ter hoogte van Den Helder.
Die buis is volgens Petrogas waarschijnlijk geschikt voor CO2-transport naar diezelfde velden. Daarnaast kan CO2 in vloeibare vorm per schip worden aangevoerd, bijvoorbeeld afkomstig van industrie in het buitenland. De velden hebben een gezamenlijke opslagcapaciteit van 30 miljoen ton, wat kan oplopen tot 50 megaton. Dat is vergelijkbaar met de jaarlijkse CO2-uitstoot van 1,5 tot 2,5 miljoen huishoudens. De plannen zijn in een verkennende fase; binnenkort wordt een inspraakavond in het Noord-Hollandse Velsen gehouden.
Abeona concurreert niet met Porthos, een kleinschaliger CO2-afvangproject dat al grotendeels gebouwd is. Een deel van de CO2 die vrijkomt bij de industrie in de Rotterdamse haven zal er door worden opgeslagen, ongeveer 2,5 megaton per jaar. Na eerdere vertraging moet Porthos vanaf de tweede helft van 2027 gaan draaien.
Abeona zou wel kunnen concurreren met Aramis, waarin TotalEnergies, Shell Nederland, EBN en Gasunie samenwerken. Aramis zou deels gebruikmaken van de faciliteiten van Porthos, maar werkt op veel grotere schaal. Het geldt als essentieel voor de Nederlandse klimaatdoelen. Van de drie projecten heeft Aramis het grootste potentieel: het streeft ernaar om jaarlijks tot 22 megaton CO2 af te vangen. In totaal bieden de aangewezen gasvelden plek voor grofweg 400 megaton CO2.
Een opvallend verschil met Aramis is dat Abeona geen leiding meer hoeft te leggen in de Noordzee. De bestaande olieleiding is volgens Petrogas „al decennialang stabiel en zonder incidenten in gebruik geweest”.
AEB en Tata Steel
Abeona noemt de Amsterdamse afvalenergiecentrale AEB en Tata Steel in IJmuiden als mogelijke klanten. AEB heeft eerder subsidieaanvragen gedaan voor opslag van CO2 via Aramis. Ook bij de verduurzamingsplannen van Tata Steel werd eerder mogelijke samenwerking met Aramis genoemd. Tata stuurt op vragen van NRC een schriftelijke reactie: „Wij kennen Abeona en houden de ontwikkelingen met veel nieuwsgierigheid in de gaten.”
AEB bevestigt het contact met Abeona en noemt het een serieuze optie. Maar: het „staat vooralsnog niet op nummer 1”, aldus Wim van Lieshout, directeur van de Amsterdamse afvalverbrander. AEB werkt sinds 2019 aan plannen voor een installatie om CO2 af te vangen die vrijkomt bij de afvalverbranding. Dit zou een halve megaton CO2-uitstoot per jaar kunnen voorkomen.
Eigenlijk is alles rondom CO2-afvang nu onzeker
„Aramis zou sneller van start gaan dan Abeona en is daarom interessanter”, zegt Van Lieshout. „Maar de tarieven voor de CO2-opslag van Aramis zijn de afgelopen jaren ook hoger geworden. In het buitenland, zoals in Scandinavië, heb je ook opties om vloeibaar CO2 via schepen te transporteren. Die lijken goedkoper voor ons. We houden rekening met alle scenario’s.”
Eigenlijk is alles rondom CO2-afvang nu onzeker, zegt Van Lieshout. Hij en andere afvalverbranders hebben allereerst te maken met belastingmaatregelen die vorig jaar op hun bord werden gelegd. Die heffingen zouden eerst op fossiel plastic worden gelegd, maar na protest van de chemische industrie en verpakkingsbedrijven (die vreesden voor hun concurrentiepositie), gingen ze van tafel. Daardoor ontstond een gat van jaarlijks 567 miljoen euro in de overheidsfinanciën. Vorig jaar werd duidelijk dat het kabinet dit geld nu bij de afvalverbranders wil ophalen.
Die heffingen maken afval verbranden in Nederland veel duurder dan in het buitenland, waardoor de sector vreest dat afval naar het buitenland verdwijnt. De vier grote afvalverbranders die vergevorderde plannen hebben voor afvang van hun CO2, maakten NRC eerder duidelijk dat ze op deze manier hun CO2-installaties waarschijnlijk niet meer kunnen betalen. Afgelopen jaar hadden ze intensief overleg met Economische Zaken en Klimaat. Ze hopen met Prinsjesdag duidelijkheid te krijgen over de heffingen.
Dat is ook belangrijk voor Aramis, omdat voor het opstarten jaarlijks ongeveer 5 megaton CO2 nodig is. Afvalverbranders moeten daar een substantieel deel van leveren. De investeringsbeslissing over Aramis zou eind 2025 vallen, maar is uitgesteld tot volgend jaar.
Mogelijk kan Economische Zaken en Klimaat een rol spelen bij een besluit óf Aramis en Abeona doorgaan, en of Nederland dan een belangrijke hub wordt voor CO2-opslag. Het ministerie houdt afstand; het vindt het te vroeg om op te treden, en wil de plannen van Petrogas evenmin tegenhouden. „Mogelijk melden zich nog partijen uit het buitenland die ook CO2 willen opslaan via Nederlandse projecten. Uiteindelijk is dit een nieuwe markt, en marktwerking in CO2-opvang en -opslag hoeft niet verkeerd te zijn.”
Lees ook
‘Op de meest drukke ondergrond van Nederland’ maakt Gasunie tempo met het aanleggen van pijpleidingen voor CO2-opslag
:format(webp)/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data130210083-7bcaa1.jpg)


