Economie

De verjaardagstrein was geen decoratie, maar gevaarlijk speelgoed

De zaak

Een fabrikant van onder meer houten speelgoed brengt sinds 2002 een houten ‘verjaardagstrein’ op de markt, die bestaat uit een locomotief met zes wagons. Op sommige wagons kun je een echte kaars neerzetten en op één wagon een cijfer. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) kwam de trein tegen op een website van een verkoper met het bijschrift: „Dit artikel is niet om mee te spelen maar voor decoratie”.

Maar was dat wel zo? Toezichthouder NVWA beschouwde de trein wél als speelgoed en onderwierp hem aan een laboratoriumtest. Bij de ‘trekproef’ kwamen kleine onderdeeltjes los – verstikkingsgevaar voor kleintjes dus.

De fabrikant kreeg een boete van 525 euro omdat de verjaardagstrein niet voldeed aan de veiligheidseisen voor speelgoed. Volgens het boetebesluit heeft de trein ‘speelwaarde’, omdat hij kleurrijk is en in speelgoedwinkels tussen het speelgoed wordt verkocht. Het is redelijkerwijs te voorzien dat kinderen de verjaardagstrein als speelgoed zullen gebruiken, aldus het besluit.

De fabrikant stelt beroep in bij de bestuursrechter van de rechtbank Rotterdam. Het product is niet ontworpen als speelgoed, maar als kaarsenstandaard. Dat er echte kaarsen in horen, is ook duidelijk te zien op de verpakking. Daarop staat ook een waarschuwing dat de trein ongeschikt is om mee te spelen, en: „Kleine onderdelen. Verstikkingsgevaar.” Het gaat er volgens de fabrikant niet om of „redelijkerwijs voorzienbaar is dat kinderen ermee gaan spelen”, zoals in het boetebesluit staat. Doorslaggevend is of een product is „ontworpen of bestemd” als speelgoed voor kinderen, aldus de fabrikant, die verwijst naar een Europese richtlijn.

De uitspraak: Boete blijft in stand

Volgens de rechtbank zijn beide aspecten van belang: niet alleen het door de fabrikant beoogde gebruik, maar ook het redelijkerwijs voorzienbare gebruik. De rechtbank verwijst naar richtsnoeren van de Europese Commissie waarin foto’s staan met voorbeelden, om te verduidelijken wanneer een decoratief product ook speelgoed is.

In die richtsnoeren valt een klein plastic treintje voor verjaarskaarsjes op een taart niet onder speelgoed, een houten verjaardagstrein voor op tafel wel. Die laatste trein lijkt sterk op de trein in deze zaak. Het enige verschil is dat er op de afgebeelde trein nepkaarsjes staan, maar dat acht de rechtbank niet doorslaggevend. De ‘speelwaarde’ van de houten trein zit hem volgens de richtsnoeren in de trein als traditioneel speelgoed, de bewegende wieltjes en de mogelijkheid cijfers en kaarsjes te verplaatsen. Dat alles geldt ook voor de trein in deze zaak.

Ook ligt het niet voor de hand om de trein maar één keer te gebruiken, gezien de prijs van 25 tot 30 euro. En mensen kunnen de verpakking weggooien, waarmee ook de waarschuwing verdwijnt. Dat ouders, zoals de fabrikant aanvoerde, zelf toezicht moeten houden op het juiste gebruik van de trein, doet er niet aan af dat de trein speelgoed is en aan die voorwaarden moet voldoen.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, de boete blijft in stand.

Het commentaar

Een boete van 545 euro, dat zal de fabrikant geen pijn doen, zou je zeggen. Toch is dit een standaardboete voor een eerste, vaak onbewuste, overtreding, vertelt Silvia Gawronski, advocaat bij Van Traa en gespecialiseerd in productaansprakelijkheid. „Breng je bewust gevaarlijke waren in omloop, dan kunnen boetes in de tonnen lopen en kan soms een leidinggevende ook strafrechtelijk worden vervolgd.”

Bovendien is de boete een signaal dat je herstelmaatregelen moet nemen. „Bijvoorbeeld het product aanpassen of helemaal van de markt halen, veiligheidswaarschuwingen op je website plaatsen of A4’tjes ophangen in de winkels.”

Uit deze zaak blijkt dat een waarschuwing als ‘dit is geen speelgoed’ niet kan voorkomen dat je product toch als speelgoed wordt beschouwd. Maar het kan een uitdaging zijn om te bepalen wanneer iets speelgoed is. Gawronski: „Veel dingen hebben speelwaarde, kinderen maken van een plaid een tent, en van papier een vliegtuigje. De NVWA noemt bijvoorbeeld dat de trein kleurrijk is – maar is decoratie altijd taupe en beige, en speelgoed neonroze? Deze uitspraak maakt duidelijk dat het moeilijk is om juridisch precies de juiste criteria te benoemen. Het is meer common sense: voelt het alles bij elkaar aan als speelgoed?’

Maar ook als iets géén speelgoed is, gelden veiligheidseisen. Gawronski: „Je had in deze zaak ook kunnen kijken of het product überhaupt veilig was. Ook consumenten zouden daar meer bij stil moeten staan. Voor de toezichthouder is het veel moeilijker geworden om alles te controleren. De statistische kans dat een product niet deugt, is dus veel groter geworden.”

Als tegenbeweging zie je dat de wetgeving strenger wordt. Zo is sinds december 2024 een nieuwe Europese algemene productveiligheidsverordening van kracht. Die bepaalt onder meer dat iedereen in de keten verantwoordelijk is voor de veiligheid, van producent tot eindverkoper. Er zijn ook strengere Europese regels specifiek voor speelgoed in de maak, met onder meer een ‘digitaal productpaspoort’ om te voorkomen dat onveilig speelgoed de EU binnenkomt. Maar de invoering daarvan kan nog jaren duren.

Uitspraak: Rechtbank Rotterdam 4 augustus 2025, ECLI:NL:RBOT:2025:9422




Related Articles

Back to top button