Economie

Na 102 afwijzingen voor een baan zette Aravind, vrouw van een kenniswerker, zelf een start-up op – maar thuisland India blijft lonken

„Eén seconde, de kinderopvang belt.” Apoorva Aravind Kumar (34) neemt op. Haar zoontje huilt, hoort ze, en hij eet niets. „Misschien kan hij Rupsje Nooitgenoeg kijken?”, vraagt ze. „Als hij over een uur nog huilt, kom ik hem ophalen.” Aravind zucht als ze heeft opgehangen. „Ik haat dit. Mijn man heeft gevraagd hém te bellen als er iets is, maar dat doen ze nooit.”

Aravind heeft kort geslapen. Daarna vloog ze vroeg naar haar afspraak in Eindhoven. Ze komt net uit het buitenland, waar ze een grote, cruciale investering voor haar beginnende techbedrijf heeft binnengehaald. Komend jaar moet ze tientallen medewerkers aannemen. In alle drukte zit ze niet te wachten op telefoontjes van de kinderopvang. „Wat moet ik doen? Alles uit mijn handen laten vallen?”

Acht jaar geleden kwam Aravind naar Eindhoven. Ze trok in bij haar eveneens Indiase man, die er een appartement huurde en bij Philips werkte. Aravind heeft in India voor ingenieur gestudeerd en daarna als beleidsmedewerker bij publieke instellingen gewerkt.

In Nederland kon ze geen passend werk vinden. In drie maanden tijd solliciteerde Aravind 102 keer en kreeg ze evenveel afwijzingen, ze hield het bij in Excel. Van gemeentes, onderwijsinstellingen, bedrijven als Philips en ASML. Redenen: ze sprak geen Nederlands, was niet-gekwalificeerd of – voor traineeships – juist overgekwalificeerd. Aravind begon aan zichzelf te twijfelen. „Ben ik goed genoeg? Ben ik niets waard? Kan ik als mens werkelijk niets bijdragen aan de samenleving?”

Haar ervaring is herkenbaar voor veel partners van kennismigranten in Zuidoost-Brabant. Vier op de vijf hebben geen betaald werk, bleek in 2023 uit onderzoek van Tilburg University.

Bijna zesduizend partners, meestal vrouw en hoogopgeleid, staan geregistreerd bij Expat Spouses Initiative (ESI). Die organisatie werd opgericht door Kavitha Varathan, een Indiase vrouw en expat die als afgestudeerd architect aan de TU Eindhoven geen werk kon vinden.

Of kennismigranten in Nederland blijven, valt of staat bij het geluk van hun partner, blijkt uit wetenschappelijk onderzoek. Dat die partner kan aarden, is de belangrijkste voorwaarde voor integratie. Lukt dat niet, dan is het de zwaarstwegende reden om weer te verhuizen. Een op de drie kennismigranten kiest daarvoor.

Dat partners van kennismigranten integreren, is voor het bedrijfsleven en de overheid van groeiend belang. Wegens de expansieplannen van ASML, waarvoor het bedrijf sinds kort in Eindhoven aan het bouwen is, verwacht de chipmachinemaker zijn personeelsbestand in de regio – nu zeventigduizend mensen – tot 2040 met twintigduizend medewerkers uit te breiden. Zij dragen volgens bedrijven en beleidsmakers niet alleen bij aan de groei van de hightechindustrie en regionale economie, maar ook aan het verdienvermogen van Nederland. Landen als China en India trekken intussen actief aan hoogopgeleide kenniswerkers.

Aantrekken van talent uit het buitenland leidt indirect tot discriminatie op grond van geslacht, laat onderzoek van Stanford University zien. Mannen worden binnengehaald als economische motor, terwijl hun hoogopgeleide vrouwen door beleidsmakers worden weggezet als ‘afhankelijke meeverhuizer’ — een status die ze terugduwt in de rol van verzorger en hun eigen professionele kwaliteiten negeert.

Uit wanhoop accepteren deze vrouwen (vrijwilligers)werk dat ver onder hun niveau ligt. In de Brainportregio ervaren deze vrouwen bovengemiddeld vaak loonkloven, paternalisme en seksisme op de werkvloer, aldus onderzoek van Tilburg University.

Dan maar een baby

Aravind had na al die afwijzingen een plan B. Ze waste beddengoed uit hotels in een fabriek op een Eindhovens industrieterrein, zodat ze kon sparen voor een dubbele master in Brussel. Toen ze haar studie bijna had afgerond, raakte Aravind zwanger. Dat gebeurt vaker bij vrouwen van kennismigranten die geen werk hebben, ziet Varathan van Expat Spouses Initiative. „Als werk niet lukt, denken ze: dan maar een baby.”

Tijdens haar zwangerschap voelde Aravind voor het eerst enige verbinding met Eindhoven. Van haar verloskundige, haar huisarts en een gastouder leerde ze medische termen. „Ik spreek beter Nederlands in het ziekenhuis dan daarbuiten.”

Daarbuiten zocht Aravind als jonge moeder antwoorden: waar kan ik een ledikant kopen voor mijn dochter? Wanneer moet ze gevaccineerd worden? En wat moet ik doen als ik geen kinderopvang kan betalen? Ze ontwikkelde een app, kinder, om kennis over opvoeden uit te wisselen met andere ouders. Voor een pilot registreerden honderdvijftig ouders zich uit de Eindhovense buurt waar ze toen woonde.

Het vertrouwen in zichzelf als professional kreeg Aravind terug in het mentorprogramma van Expat Spouses Initiative. Toen ze bij de aftrap daarvan werd gevraagd zich te introduceren op een podium, zat ze nog vol spanning. „Ik kreeg bijna een paniekaanval.” Aravind klom het podium op en vertelde over haar leven als werkloze moeder. „Ik heb geen idee wat hier ik doe”, zei ze. „Ik ben gewoon enorm blij dat ik even een frisse neus kan halen.”

Haar mentor werd Alina Totti, oud-beleidsmedewerker in Brussel en afkomstig uit Roemenië, die eenzelfde isolement als Aravind had ervaren in Eindhoven. „Ik kon niet geloven dat ze iemand met die achtergrond gevonden hadden voor mij”, zegt Aravind. Ze ontwikkelde een sterke band met Totti, inmiddels ambtenaar bij de provincie Noord-Brabant en raadslid in Eindhoven voor D66.

Via Totti leerde Aravind andere vrouwelijke migranten kennen én zichzelf weer te waarderen. Ze bouwde aan haar huidige start-up, die door zelfontwikkelde AI-technologie te combineren regelgeving binnen enkele dagen zakelijke bedrijfsrisico’s analyseert.

Blinde vlekken in de werving

Aravind is „een succesverhaal”, zegt Varathan, oprichter en ceo van Expat Spouses Initiative, dat vanuit Eindhoven ook in andere steden programma’s ontwikkelt om vrouwen van kenniswerkers bij te staan. In de Brainportregio werkte ze samen met diverse gemeentes en organisaties. Volgens haar is daar meer aandacht voor partners van kennismigranten dan elders in het land.

Maar ook in de Brainportregio zien nog niet alle werkgevers de potentie van deze groep, zegt Varathan. Ze gaat daarom vaak naar bedrijven toe om die erop te wijzen dat ze lokaal talent miskennen dat mogelijk al wel een band met de omgeving heeft opgebouwd.

Waarom dat arbeidspotentieel zo vaak onbenut blijft, bestuderen onderzoekers Yvette Drissen, Sanne Nijs en Amber Kersten van Tilburg University. Zij proberen de ‘blinde vlekken’ in het wervingsproces te achterhalen. In hun onderzoek bevragen zij niet alleen partners van kennismigranten, maar ook werkgevers. Buitenlandse diploma’s of gaten in het cv zijn reden voor afwijzing als er voor een vacature veel sollicitanten zijn, hoorden Drissen, Nijs en Kersten van werkgevers.

Werk vinden dat past bij hun vaardigheden, in plaats van alleen naar het diploma kijken, is een mogelijke oplossing voor partners van migranten. In Eindhoven kunnen ze zich laten omscholen voor onderwijs of zorg. Die sectoren staan onder druk in de groeiende regio en kampen met personeelstekorten.

Maar om kennismigranten en gezinnen in Nederland te houden is meer nodig dan een geschikte baan vinden voor de meegekomen partner, vindt Varathan. Bedrijven zouden de wensen van koppels of gezinnen in kaart kunnen brengen vóór zij migreren.

Sommige werkgevers doen dat al, vertelden ze aan onderzoekers van Tilburg University. Andere kijken alleen naar de kennismigrant die zij aanstellen. Veel bedrijven denken volgens Varathan „heel basaal”: die kijken niet verder dan het salaris. En soms bieden ze nog hulp bij het vinden van een woning.

Hoogopgeleide, niet-westerse partners stuiten op een tweede barrière als ze kinderen hebben, volgens eerder onderzoek van Tilburg University. De kans als vrouw carrière te maken is groter zonder kinderen, vertelden partners van kennismigranten in het lopende onderzoek van Tilburg University, omdat werkgevers tijdens sollicitaties aannames maken over zorgtaken die het werk in de weg zouden zitten.

Dat is precies waar Aravind tegenaan loopt. Toen haar man en zij na een dochter ook een zoon kregen, gingen ze in een grotere woning in Meerhoven wonen, de Vinex-wijk van Eindhoven waar de meeste expats wonen. De opvang voor hem is duur, vindt Aravind. En die blijft haar als moeder bellen, terwijl haar start-up hard groeit. Eerder had het gezin een au pair, daarna bracht ze haar zoon naar een gastouder. Maar die zijn intussen gestopt.

Haar ouders laten overvliegen op een visum van drie maanden, zoals andere Indiërs doen die oppas kunnen gebruiken, is geen optie wegens hun werk en gezondheid. Aravind blijft nadenken over de mogelijkheden om in India zelf aan de slag te gaan, waar haar ouders wonen en ook een gastouder makkelijker te vinden is. Tegelijkertijd is ze wel te spreken over Nederlandse scholen, waar haar dochter vriendinnetjes heeft gemaakt en de taal vloeiend spreekt.

Voor de opvang van haar zoon heeft ze een noodoplossing gevonden. Met twee bevriende moeders vormt ze een „thruple”, zegt Aravind grappend. Twee van hen nemen hun gezamenlijke kinderen mee naar bibliotheek of speeltuin. Terwijl een van hen dan werkt, letten de anderen twee op de vier kinderen. Maar dat kan alleen op woensdag, hun gezamenlijke mamadag. De andere werkdagen is het behelpen.






Related Articles

Back to top button