Op zoek naar concentratie en werkende tijdwaarneming bij herkansingen op WK atletiek

NOS Sport•
-
Joost Smedema
redacteur atletiek in Tokio
-
Joost Smedema
redacteur atletiek in Tokio
De tienkampers dachten het rijk alleen te hebben. Alleen zij zouden ‘s ochtends lopen, werpen en springen op de slotdag op de WK atletiek. Maar na chaotische halve finales op de estafettenummers moeten ze hun podium delen in het Japan National Stadium.
Zuid-Afrika werd zaterdagmiddag op de 4×100 meter voor mannen gehinderd door de Italianen en krijgt een nieuwe kans om de finale te halen, net als de mannen van de Verenigde Staten en Kenia. Zij werden beide in de weg gelopen door Zambia.
Op de twee nummers waarop de herkansingen worden gelopen, haalde het Nederlandse estafetteteam de finale. Dat lukte ook op de 4×400 meter voor vrouwen.
Re-run op ochtend van de finale
In het schaatsen staat het fenomeen bekend als een ‘skate-off’, zwemmers houden een ‘swim-off’ en atleten die een extra kans krijgen om zich ergens voor te kwalificeren moeten een zogenaamde ‘re-run’ lopen.
Tienkamper Felix Neugebauer krijgt van het publiek een daverend applaus als hij een kampioenschapsrecord neerzet bij het discuswerpen. De Japanse fans weten al de hele WK precies waar ze op moeten letten, het zijn atletiekkenners die op het juiste moment de juiste kant op kijken.
Die concentratie hebben de officials bij de ingelaste estafettes een paar minuten voor de start nog niet. Mascotte Riku One zwaait naar het publiek met het stokje van baannummer zes, de enige baan die wordt gebruikt op deze bijzondere 4x100m.
Kom jongens, we zijn aan het klooien.
Hij neemt een loophouding aan, strekt zijn arm en geeft het stokje over aan de baanofficial, die haar arm naar achteren steekt om het te ontvangen.
Dan schudt ze zichzelf en haar collega’s wakker. “Kom jongens, we zijn aan het klooien”, zegt de vrouw die de procedure namens atletiekbond World Athletics in goede banen moet leiden. “Laten we ons concentreren.” Ze grijpt het stokje stevig vast en legt het klaar naast het enige startblok op de baan.
Dan zijn alle ogen gericht op startloper Shaun Maswanganyi. Een man en zijn stokje, klaar voor een ploegentijdrit op de atletiekbaan. Om de finale te halen moet Maswanganyi met zijn drie teamgenoten sneller dan 38,34 lopen, de tijd van het achtste land dat zich direct voor de eindstrijd plaatste.
“Ergens is het makkelijker in je eentje”, zegt Maswanganyi, “het is net een training zonder afleiding. Maar je mist de competitie om je heen. Met al die snelle mannen rondom je loop je in een tunnel van kracht en snelheid.”
Spanning wie de race wint, is er niet. Maar wat is de tijd? 37, 38, 39, 40, telt de klok door als Akani Simbine al lang gefinisht is. Het is een gevalletje: je had maar één taak. Alles draait om tijd en er is geen tijd.
Na tien spannende seconden geeft het scherm boven in het stadion de uitslag: 38,64. Zuid-Afrika is drie tienden te langzaam en mist de finale. “Ze zeggen weleens: pressure makes diamonds or burst pipes”, zegt Maswanganyi. Met andere woorden: onder hoge druk kun je boven je zelf uitstijgen, maar je kunt er ook aan ten onder gaan. “Stralen als een diamant is ons niet gelukt.”
Als Zuid-Afrika afdruipt komen acht nieuwe atleten aanlopen. Vier Amerikanen en vier Kenianen. Zij starten net als gisteren in baan vier en zeven. Om het overzichtelijk te houden zijn de pionnen in baan vijf en zes ook klaargezet. Stel je voor dat het verwarrend wordt.
Wat blijkt: je hebt niet meer dan twee atleten nodig om het publiek te vermaken. Als de tweede lopers Demarius Smith en David Kapirante schouder aan schouder in de bocht hangen, houdt het publiek de adem in. Het zal toch niet weer misgaan?
Snel daarna slaat de VS, regerend olympisch en wereldkampioen op de 4×400 meter, een gat met de Kenianen. Het stokje gaat in de lege wisselzone soepel van hand tot hand en de finale is bereikt. De extra horde is genomen.
‘Je werk doen en naar huis’
“Het was een kwestie van aanpassen”, zegt startloper Chistopher Bailey. “Roeien met de riemen die je hebt. Je moet ervoor gaan, je werk doen en terug naar huis.”
Elk land mag voor de finale twee lopers wisselen. Wie later vandaag opnieuw lopen en welke vermoeide benen worden ingewisseld, laten ze aan de coach, daar branden ze de vingers niet aan.
Slotloper Jenoah McKiver: “We hoorden gisteravond tegen twaalf uur dat we weer mochten lopen. Ik heb vijf uur geslapen, maar je weet: bij de estafettes komen altijd andere dingen kijken. Alles draait om de ‘USA” op onze borst, daar loop ik zo hard voor als ik kan.”
‘Wij weten: alles is mogelijk’
Op de Spelen van Rio in 2016 moesten de Amerikaanse vrouwen op de 4×100 meter een tussenronde lopen, ook zij werden in de halve finales gehinderd. Ze plaatsten zich alsnog voor de finale en veroverden olympisch goud. Onmogelijk hoeft het dus niet te zijn. “Dat motiveert ons”, zegt Bailey, “en laat zien: alles is mogelijk.”



