Strade Bianche past parcours aan om meer renners kans te geven in Pogacars speeltuin

NOS Wielrennen•
-
Rens Went
redacteur wielrennen
-
Rens Went
redacteur wielrennen
Zeg het maar: fietst Tadej Pogacar zaterdag de laatste 20, 50 of 80 kilometer solo naar de finish in Strade Bianche? Zo ging het namelijk de laatste drie keer dat de Sloveen meedeed op de witte grindwegen van de voorjaarsklassieker in Toscane.
Stiekem hoor je de wielerfans al fluisteren: beetje saai dit. Pogacar, die zaterdag zijn eerste koers van het jaar rijdt, soleerde vorig jaar in tal van grote wedstrijden (WK, EK, Ronde van Lombardije) naar een overwinning.
Een vierde supersolo naar Siena voorkomt de organisatie van Strade Bianche zelf liever ook, zo lijkt het.
Minder gravel, minder kilometers
De Italianen hebben de route ingekort van 215 kilometer naar 201 kilometer. Ook zijn 16 kilometer aan gravelstroken in het eerste deel van de koers geschrapt. De finale naar het middeleeuwse plein in Siena blijft wel bestaan, net als de helling Monte Sante Marie, de gravelklim waar wereldkampioen Pogacar graag aanvalt en de race zomaar kan beslissen.
Het idee: “De iets minder zware openingsfase, met minder gravel, geeft renners de mogelijkheid om frisser bij de Monte Sante Marie aan te komen”, zegt de organisatie over ‘Pogacars speeltuin’.
Het doel: “Het moet de koers opener en onvoorspelbaarder maken.”
Is dit de manier waarop je het aantrekkelijk houdt met een extreem talent als Pogacar in het peloton?
“Als je weet dat Pogacar op 80 kilometer van de streep kan gaan, vindt het publiek het stilletjes aan saai worden”, waarschuwt Jacques Coussens, koersdirecteur van de Vlaamse E3 Saxo Classic. “We moeten uitkijken. Als het publiek geen spanning meer krijgt, verlaten zij de sport. Zeer gevaarlijk.”
‘Verstandig en moedig’
Races aanpassen moet daarom zeker kunnen, vindt Leo van Vliet. De koersdirecteur van de Amstel Gold Race noemt het besluit van Strade Bianche “verstandig en moedig”.
“Als de koers vijf, zes jaar op slot zit, en als ploegen en renners geen verandering kunnen brengen, dan moet je het zelf verzinnen. We hebben een periode in de Amstel Gold Race gehad dat we de koers moesten veranderen, omdat iedereen bleef wachten tot de Cauberg. Toen hebben we de Cauberg uit de finale gehaald en dat heeft bij ons goed gewerkt.”
Bij Flanders Classics, koersorganisator van de grote voorjaarskoersen waaronder de Ronde van Vlaanderen, herkennen ze dat. “We besloten vorig jaar de Brabantse Pijl in te korten van 195 naar 165 kilometer. En we kregen een van de aantrekkelijkste wedstrijden”, vertelt directeur Scott Sunderland.
“Ik kijk door de bril van een renner: zou het leuk zijn om hier te racen? Met het ontwerp heb je invloed op de race. In het ideale geval maak je een koers die allerlei racescenario’s mogelijk maakt.”
Identiteit
Maar, waarschuwt Sunderland: pas niet té snel dingen aan. Een koers moet wel zijn identiteit behouden. “Strade Bianche is een relatief jonge koers. Voor hun is het nu zaak de balans te vinden om hun herkenbaarheid te behouden, ook als Pogacar, Wout van Aert of Mathieu van der Poel meedoen. Dat is niet makkelijk.”
In 2024 verlengde de Strade-organisatie de koers van 184 kilometer naar 215 kilometer, waarmee de race meer een klimmerskoers werd. “Ze hebben zichzelf in de voet geschoten door het ineens veel zwaarder te maken”, zegt Van Vliet. “Het werkte averechts: Van der Poel komt er niet meer.” En plots werd het parcours perfect voor Pogacar.
Voorspelbaarheid voorkomen bereik je volgens Coussens mede met kortere koersen. “Kijk naar de Ronde van Frankrijk: de kortere ritten zijn spectaculairder dan de lange ritten. Dan kunnen meer renners langer mee.”
Volgens Sunderland ligt dat wat genuanceerder. De kunst is: evenwicht zoeken tussen niet te lang, niet te kort, niet te zwaar, niet te licht. Terwijl koersbazen ook graag de grootste namen aan de start zien staan. En die zoeken vaak een uitdagend parcours, waar heroïek ligt te wachten. Zoals de vijf monumenten.
Ontheiliging
Sunderland: “Je moet de gouden middenweg vinden tussen sportieve prestaties, entertainment, media en de commerciële kant. Al die facetten moet je in gedachten houden.” En dan nog zijn er elementen die je nooit kunt controleren. Regen, tegenwind, kou en het gedrag van de renners.
Een gevestigde klassieker omgooien doe je niet gauw. “Zoiets als Parijs-Roubaix of de Amstel Gold Race moet je nu niet gaan veranderen. Niet door één of een paar renners”, meent Van Vliet.
En die langere veldslagen zijn juist ook mooi, vindt Van Vliet. Alleen de allersterkste renners blijven dan over. “De echte coureurs hebben de lange adem en dat moeten we zo laten.”



