Mode

‘Veel mensen die mode gedag zeggen komen in de zorg terecht’

Sjaak Hullekes en Sebastiaan Kramer laten met Hul le Kes zien dat de mode-industrie er ook anders uit kan zien, zowel voor mensen als voor de planeet. Vanuit een oude houtzagerij in Arnhem ontwikkelde het label sinds de start in 2018 een volledig lokaal ecosysteem waarin post-consumer-materialen worden verwerkt tot high-end mode, terwijl tegelijkertijd ruimte wordt gecreëerd voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en deelnemers aan hersteltrajecten binnen de Hul le Kes Recovery Studio. Waar bij traditionele modebedrijven deadlines, marges en verkoopcijfers centraal staan, tellen bij Hul le Kes andere waarden net zo zwaar. ‘Wij tellen niet alleen de euro’s,’ zegt Sjaak Hullekes. ‘We tellen ook hoeveel kledingstukken we van de verbrandingsoven hebben gered. We tellen de mensen die we weer gezond naar buiten zien lopen.’

Hul le Kes produceert als een van de weinige modemerken volledig lokaal. ‘We zijn een van de laatste grotere ateliers in Nederland,’ zegt Hullekes. Het feit dat de kleding in Nederland wordt gemaakt, wordt door Nederlanders ondergewaardeerd. ‘In winkels in Japan, de VS, zelfs in België vinden ze het fantastisch dat het in Nederland gemaakt is. Maar Nederlandse winkels kijken ze alleen maar naar de prijs. Want ja, het is ontzettend duur om op deze manier een merk te runnen.’ Toch vinden ze het belangrijk om lokaal te produceren. Niet alleen om de CO2-voetafdruk laag te houden, maar ook om vakkennis te behouden. Voor jongeren die de beroepsopleiding Fashion Designer of Fashion Tailor doen, zijn er weinig plekken om het vak verder te leren. ‘De meesten komen in een gordijnvermaakatelier terecht,’ zegt Hullekes.

Sjaak Hullekes en Sebastiaan Kramer hebben negen mensen in vaste dienst en zichzelf verplicht een soort familie te bouwen om de balans te bewaren. Kramer: ‘Diversiteit is belangrijk, dan versterk je elkaar. Daarom zetten we nooit hetzelfde type mensen in het team.’ Ze namen drie jaar geleden iemand aan van 64. Die gaat nu met pensioen. ‘Een heel dure kracht natuurlijk, maar zo ontzettend goed. Ze was verbaasd dat we haar nog wilden aannemen voor die laatste drie jaar.’

De tekst loopt verder onder de foto.

model wearing a distinct outfit in a studio setting

Hul le Kes

In het zorgatelier, de Recovery Studio genaamd, werken momenteel 45 mensen die om wat voor reden dan ook niet kunnen meedraaien in de maatschappij – het is eigenlijk een schrijnend succes, aldus Hullekes. In het zorgatelier krijgen ze de kans om zichzelf te herpakken. Er is geen druk om het perfect te doen, geen deadlinestress, er wordt niet gekeken naar wat ze niet meer kunnen, alleen naar wat wél kan. ‘De kop gaat even uit,’ zegt Kramer. ‘We hebben het alleen maar over een mooi product maken.’ Zo was er iemand met zware tinnitus die amper nog functioneerde. ‘Mede door de rust en regelmaat die ze kreeg door haar werk in de Recovery Studio stroomt ze nu door naar een gewone baan.’

Het was een heel proces om de accreditatie als zorgatelier te krijgen. Mede dankzij de achtergrond van Sjaak Hullekes, die naast zijn havo destijds een de mbo Sociaal Pedagogisch Werk deed, is het gelukt. ‘Ik durfde destijds niet meteen naar de kunstacademie. Dus ik dacht: als ik nou naast mijn havo SPW doe, dan heb ik in ieder geval dat. Het is eigenlijk de basisopleiding die elk mens zou moeten hebben. Ik heb als bijbaan altijd gewerkt met jongeren in begeleid-wonen-instanties, jonge autisten.’ Inmiddels werken er twee fulltimers als begeleiding van de deelnemers aan de Recovery Studio, want Kramer en Hullekes zijn niet altijd aanwezig en de deelnemers hebben focus en aandacht nodig. ‘De mensen die hen fulltime begeleiden hebben grappig genoeg allemaal wel een modeachtergrond, maar hebben daarna de overstap gemaakt naar de zorg,’ zegt Kramer. ‘Ik heb iedere week wel een mail in mijn inbox van iemand die zegt “Ik heb jaren bij dat en dat merk gewerkt en ik was er zo klaar mee, dat ik me heb om laten scholen. Nu wil ik heel graag bij jullie werken.”’

‘Veel mensen die mode gedag zeggen komen in de zorg terecht,’ vertelt Hullekes. Hij ziet een duidelijk verband tussen mentale uitputting en de mode-industrie. ‘De pressure is too high. Het is niet gezond om drie seizoenen in een seizoen te proppen. En je weet ergens ook wel dat het niet helemaal koosjer is wat je doet.’ Kramer en Hullekes hebben dat zelf ook ondervonden. Voor ze in 2018 met Hul le Kes begonnen, hadden ze er al een traditionele modecarrière op zitten. Hullekes: ‘Ik was zuur toen we gestopt waren. Ik heb twee jaar niks aangeraakt. Ik voelde me gefopt door het systeem. Ik had voor mijn gevoel niks moois achtergelaten. Je ontwerpt iets met vijf, zes extra tierelantijnen erop en vervolgens moet je alles eraf halen omdat het anders te duur wordt. Vieze trucjes, je wordt er helemaal naar van. Het gaat niet meer over creativiteit,’ zegt hij.

Ze wilden het dus echt anders doen. Mode weer de waarde geven die je ook zou geven aan een designobject of een antiek meubelstuk dat je hebt geërfd. Ze wilden daarnaast niet het zoveelste duurzame modemerk zijn dat werkt met gecertificeerd katoen en that’s it. Het circulaire en het sociale verhaal moesten echt kloppen. ‘Ook omdat we de rest van het vakgebied een spiegel willen voorhouden. We wijzen niet, maar we laten zien dat het anders kan,’ zegt Hullekes. Kramer: ‘Onze maatschappij is zo sales driven en zo op standaardisatie en perfectie gericht waardoor we creativiteit, sociale betrokkenheid en duurzaamheid helemaal over het hoofd zien. Wat wij doen is zorgen dat onze creatieve, sociale en duurzame visie en onze commerciële kant continu in balans zijn. Ik heb bedrijfskunde gestudeerd en vanuit die optiek is dat het domste wat je kan doen. Je moet eigenlijk één doel hebben en daar helemaal voor gaan. Maar dat willen we niet, we willen juist zorgen dat al die dingen met elkaar in balans zijn. De waarden die voor ons belangrijk zijn, zoals mensen uit hun isolement halen en het aantal shirts dat we van de brandstapel hebben kunnen halen, tellen we dus net zo goed mee.’

De kleding die ze redden van de verbrandingsoven komt voor een groot deel van lokale kringlopen, het Leger des Heils en een verzamellocatie. Het proces werkt twee kanten op; ze maken van tevoren moodboards waar ze naar opzoek zijn, maar ze kijken ook wat er in groten getale binnenkomt, zegt Hullekes. ‘Alle trends van het vorige jaar zie je voorbijkomen. Dit jaar zie ik schrikbarend veel joggingstof en die gekkige vale auberginekleur.’ Ze werken ook samen met Yumeko, van het beddengoed. Dat merk heeft een returnpolicy voor beddengoed waar iets mee is, en stuurt dat naar Hul le Kes. Ze hebben een oude houtzagerij in Arnhem als werkplaats. ‘Alles wat binnenkomt wordt eerst gewassen en gesorteerd. We hebben stapels met groene ruitjes, antieke Franse stoffen in verschillende diktes… Sjaak noemt het zijn winkeltje. We winkelen bij onszelf om te zien of de stapels groot genoeg zijn en we een ontwerp in productie kunnen nemen.’

En wat krijgt de consumenten uiteindelijk mee van deze circulaire en sociale aanpak? Kramer: ‘Die komen in de eerste instantie binnen omdat ze iets mooi vinden. En dat is prima. Maar we willen vooral het verhaal vertellen van een kledingstuk dat iemand koopt. Daarom heeft elk kledingstuk zijn eigen paspoort met daarin de gegevens over de stof, het ontwerp, wie het gemaakt heeft. En we merken dat mensen dat verhaal weer doorvertellen. Als ze het dragen op een feestje vertellen ze over de vlekken in hun shirt en waarom die erin zitten. En dat is voor ons een heel belangrijk onderdeel. Want daarmee veranderen we hopelijk stukje bij beetje dat hele systeem.’ Je merkt dat als er een Hul le Kes-item in de kast hangt, de rest van die kast dezelfde zorg krijgt, zegt Hullekes. ‘Bijvoorbeeld dat de andere kledingstukken ook vaker gerepareerd worden. We hebben mensen even wakker geschud.’

Voor hun inspirerende visie ontving Hul le Kes afgelopen woensdag het 15e Cultuurfonds Mode Stipendium en staan ze in het rijtje illustere winnaars zoals Duran Lantink (2025), Iris van Herpen (2016) en Mohamed Benchellal (2023) . Met deze geldprijs kunnen ze hun creatieve visie nog verder uitbouwen. Sebastiaan Kramer: ‘Voor ons is dit stipendium niet alleen een prijs, maar ook een mogelijkheid om verder te bouwen aan een nieuwe vorm van design. Een vorm waarin imperfectie, menselijkheid, ambacht en verbeelding samenkomen. Het geeft ons de ruimte om nog autonomer en artistieker te werken, zonder concessies te doen aan onze waarden.’

group of individuals posing with a large check in a spacious indoor setting

Renier van der Aart

Headshot of Elles Beijers

Als Deputy Editor in Chief zet Elles verhalen uit, bewaakt ze de planning en is ze medeverantwoordelijk voor de strategie van het merk ELLE. Tot haar lievelingsrubrieken vanELLE.nlhoren De Rekening en Goudsmit gaat ervoor en de scherpethink pieceswaar de redactie zo sterk in is.In het verleden werkte Elles onder meer als Deputy Editor bij Glamour. Qua ontspanning kan ze niet zonder Netflix, yoga en boulderen.

Related Articles

Back to top button