David van Doesburg: ‘We wilden al lang iets anders dan de klassieke kunstbeurs’

Het was een droom die begon met een prijs in euro’s. 3.500 euro – voor dat bedrag zouden de deelnemende galerieën een stand moeten kunnen huren.
En dan zouden ze op de kunstbeurs niet alleen duurdere, halverwege de carrière en gevestigde kunstenaars, maar vooral beginnende, pas afgestudeerde of opkomende kunstenaars.
Deze donderdag opent de eerste editie van NAP+, een kunstbeurs in een voormalige garage bij station Amsterdam Sloterdijk. De initiatiefnemers zijn twee Amsterdamse galeriehouders, Sara Lang (Lang Art) en David van Doesburg (Stigter Van Doesburg), hun galeries liggen om de hoek van elkaar. Aan NAP+ doen 38 galeries (36 stands) mee. Ze komen uit het hele land, maar ook uit Duitsland (Frankfurt), Italië (Rome), Groot-Brittannië (Londen) en Denemarken (Kopenhagen).
Het is drie dagen voor de opening van NAP+. We ontmoeten elkaar bij Galerie Stigter Van Doesburg.
Vertel ons over je droom.
David van Doesburg: “We wilden al heel lang iets anders dan de klassieke kunstbeurs. Twintig jaar geleden kon je als galerie op een beurs nog jonge, nieuwe kunst laten zien – en bezoekers die kunstenaars laten ontdekken. Maar de reguliere kunstbeurs is een markt geworden waar het vooral om geld draait, het is groot bedrijf. De kosten voor deelname zijn niet met 5, maar met 20 procent gestegen. En dat dwingt galerieën tot bepaalde presentaties: als je wilt deelnemen, moet je dure kunst op de markt zetten om de kosten te dekken.”
Sara Lang: “Als galerieën krijgen we ook feedback van verzamelaars: ik ga niet meer naar deze of gene beurs, want ik weet al wat ik kan verwachten. Wat ze bedoelen is: galerieën brengen kunst naar beurzen waarvan ze weten dat die goed verkoopt. Dan wordt het duur en is het niet meer verrassend.”
Jij hebt daar ook aan meegewerkt.
David van Doesburg: “Ja, je wordt meegesleurd in de slipstream.”
Sara Lang: “Het is rekenen. Als ik op een stand sta van 7.000 euro, kan ik andere keuzes maken dan als ik op een stand sta van 50.000 euro. In de kunstenaars die ik kies, in het werk dat ik meeneem.”
David van Doesburg: “En we wilden ook terug naar hoe het allemaal begon: een paar galerieën die samen een beurs beginnen, waar ze iets laten zien dat ze op de kaart willen zetten, of waar ze zelf geen ruimte voor hebben – dat gevoel. Dat hebben collega’s ook gemist.”
Droom of niet, het begon met 3.500 euro. Geen 7.000, laat staan 50.000. Welke keuzes maak je dan?
David van Doesburg: “Dan kijk je naar wat voor ruimte je huurt. En voor hoe lang, dus de tijd die je hebt om het in te richten.”
Sara Lang: “De locatie is niet gepolijst, het is een industriële ruimte. Er is geen VIP-balie, geen bossen bloemen, geen designmeubilair. Het is niet gelikt.”
David van Doesburg: “En dan blijven er nog heel veel kosten over: beveiliging, vergunningen, de bouw van de tribunes. Maar je denkt ook: het valt wel mee.”
Wat ook belangrijk was, zeggen ze: dat de galerieën het samen doen. Sara Lang: “We hebben gekeken welke collega’s hun schouders eronder wilden zetten. En we zijn het met die galerieën gaan opzetten. Er is een grote inzet met het geheel. Dat is anders dan anders.” David van Doesburg: “En elke stand is even groot. Er is geen gevoel: ik had meer geld voor een stand, dus ik ben groter dan jij. Iedereen krijgt twee wanden van zes bij zes meter.”
Wat verwacht u van de beurs?
Sara Lang: “Heel blije mensen.”
David van Doesburg: “Dat is wat het maakt of breekt.”
Sara Lang: “En de galerieën zeggen: tot volgend jaar.”


