Economie

Laura Hoogland redt miljoenen goede bananen van zinloze vernietiging: ‘Ik ben geen idealist, ik ben normaal. Hoe de rest werkt, is aso’

Een grote importeur van bananen had beweerd dat zijn bedrijf geen last had van voedselverspilling. Laura Hoogland mocht zelf komen kijken bij het lossen van een vracht in de haven van Antwerpen. „Er lag een gigantisch schip, afgeladen met containers bananen. Hij liep met mij naar een overkapping waaronder de afgekeurde bananen werden opgeslagen. Daar lag tachtigduizend kilo. Minder dan één procent van de lading. In zijn ogen was dat dus ‘niks’.”

Voor Hoogland was dat een moment waarop ze met eigen ogen kon aanschouwen hoe het komt dat bananen niet alleen het meest gegeten fruit ter wereld zijn, maar ook het fruit dat het meest wordt verspild. En dat die verspilling bizar groot is. „Bananen beslaan het grootste schap in de supermarkt. De volumes zijn onvoorstelbaar: één procent waste is al een belachelijk grote berg.”

Ze besloot er werk van te maken. Nu redt ze miljoenen prima eetbare maar afgekeurde bananen, die ze een ’tweede leven’ geeft: de teller op de website staat op twintig miljoen geredde bananen. Hoogland (36) is oprichter en directeur van The Banana Factory, een bedrijf dat van afgekeurde bananen puree maakt, en van zusterbedrijf Bakers & Bananas, een consumentenmerk dat van de puree onder meer bananenbrood en -koeken maakt, verkrijgbaar bij de AH.

Eigen keuken

Het vergde nogal wat doorzettingsvermogen om zover te komen. Haar verhaal begint in 2017, wanneer ze besluit haar leven als marketeer voor grote bedrijven achter zich te laten. Meer dan een vage notie van voedselverspilling heeft ze niet, maar ze vindt een lijstje waarop de banaan als meest verspilde product ter wereld staat.

Op haar kantoor bij de fabriek in Geldermalsen vertelt ze hoe het idee voor The Banana Factory ontstond. „In 2017 was voedselverspilling niet zo’n hot topic als nu. Ik vroeg me af wat je met bananen kon doen, behalve ze in ijsjes en smoothies verwerken. Dus begon ik in mijn eigen keuken bananenbrood te maken. Met de man van een supermarktje om de hoek kon ik een deal maken. Ik kreeg de bananen die bleven liggen,en hij zou dan het bananenbrood verkopen dat ik ervan maakte. Dat heb ik een paar maanden gedaan. Voor ik het wist, stond ik zestig bananenbroden per week te bakken in mijn oventje.”

Ze besloot het groter aan te pakken. „Ik heb de category manager van Albert Heijn via LinkedIn een berichtje gestuurd en gezegd: ‘Jongens, op jullie bakkerijafdeling ligt al zolang ik me kan herinneren hetzelfde: een eierkoek, een appelflap, een wit pistoletje en een kaasstengel. Niet heel innovatief en niet duurzaam. Ik heb iets wat daar tussen past.’ Gelukkig kon hij dat waarderen. Drie weken later mocht ik langskomen op het hoofdkantoor van Albert Heijn. Met mijn zelf gebakken bananenbrood in mijn handen. Daar heb ik verteld waar ik mee bezig was en wat ik wilde. Binnen een maand belde hij me terug en zei: ‘Wanneer kun je leveren?’ Toen dacht ik: shit, hoe ga ik dat doen?”

Foto Merlin Daleman

De puree ging ze importeren. „Ik vond een bananenplantage in Ecuador, die puree maakte van bananen die niet het juiste formaat hebben, of te veel vingers aan een tros hebben.” Op plantages in Latijns-Amerika, de regio waar de meeste bananen vandaan komen, worden de eerste bananen al afgekeurd. „De regels zijn strikt. Iedere retailer heeft eigen wensen voor zijn bananen. De een wil vijf vingers aan een tros, de ander zes. De een wil trossen van een kilo, de ander wil dat bananen veertien centimeter zijn.”

Als ze de verbazing van de verslaggever ziet, zegt ze: „Ik maak geen grap. Ik ben bij plantages geweest waar met een meetlat wordt gecontroleerd of bananen aan de eisen voldoen.” Gelukkig hebben die landen oplossingen voor afgekeurde bananen, zegt ze. „Ze maken er meel en puree van, of bananenchips, of dierenvoeding.”

Maar het voelde „raar” om puree helemaal uit Ecuador te halen. „Dus ik zocht uit of ik die niet hier kon maken van afgekeurde bananen.” Waarna ze in de Antwerpse haven zag dat perfecte banen die langs de meetlat zijn gehouden, met tonnen tegelijk worden afgekeurd als ze bij de douane aankomen.

Een verse banaan is groen

Hoe en waarom bananen bij de douane worden afgekeurd, is een verhaal op zich. Het biedt inzicht in de werking van ons voedselsysteem. De redenen liggen deels in wetgeving, deels in biologie, deels in supermarktlogica.

Een keuringsdienst – in Nederland het Kwaliteits-Controle-Bureau, KCB – doet een controle als bananen de haven binnenkomen. „Bananen die aankomen zijn groen. Maar als ze al begonnen zijn met rijpen, laten de Europese handelsnormen het niet toe zo’n banaan als een verse te importeren. Er is maar één goederencode voor bananen, en dat is die voor ‘verse banaan’. Een ‘verse banaan’ is groen. Er is geen goederencode voor gerijpte, gele banaan. Die wordt afgekeurd.”

Deze code uit 1994 heeft als doel „de voorziening van de markt met uniforme producten van goede kwaliteit te waarborgen” en „rekening te houden met de eigenschappen van een sterk aan bederf onderhevig product”. De bederfelijkheid kan verklaren waarom de EU groene bananen eist, want rijpende bananen zijn een gevaar voor andere bananen. Een banaan die aan het rijpen is, produceert ethyleengas, een gasvormig plantenhormoon. Het maakt de vrucht zachter en zoeter, maar vaak ook sneller bederfelijk. Ethyleen verplaatst zich ook door de lucht.

Een doos met rijpende bananen erin wordt bij de douane in zijn geheel afgekeurd. En als er meer dan zes of acht dozen op een pallet zijn begonnen met rijpen meteen de hele pallet, alle 54 dozen. Hoogland: „Dat is een van de meest shockerende dingen die ik tegenkwam. Want 80 procent van de bananen die wíj nu binnenkrijgen, zou door de keuring komen, want ze zijn zo groen als ze moeten zijn. Maar bananen hebben zo’n lage waarde dat het niet loont er handmatig dozen op een pallet tussenuit te gaan halen. Dat kost tijd en personeel. Erger: in een container zitten twintig pallets. Als er drie of vier zijn met rijpende bananen, wordt de hele inhoud van de container weggegooid.”

De supermarkt vraagt voorspelbaarheid

Dat bananen niet bij aankomst mogen rijpen is ook een kwestie van logistiek. „De groene bananen gaan van de haven naar een rijperij, die ze klaarstoomt voor verkoop. Als een deel al rijp is, heb je kans dat een hele lading te snel gaat rijpen. Tegen de tijd dat ze in de supermarkt komen, zijn ze bruin of rot. Het verspillingsprobleem wordt alleen maar groter als je het risico neemt die bananen door te laten.”

Rijpe bananen meteen naar de supermarkt sturen is geen optie, opnieuw vanwege de kosten van handmatig sorteren. En het verstoort de routine in de supermarkt. „Als een supermarkt vandaag een pallet bananen binnenkrijgt, weten ze dat het vier dagen duurt voordat die bananen verkocht zijn. Dus na vier dagen krijgen ze weer een pallet. Als er dan opeens bananen eerder het schap in moeten, raakt de supermarkt het overzicht kwijt. De doorloop moet voorspelbaar zijn.”

Dus kiezen de betrokken partijen ervoor bananen zo vroeg mogelijk in de keten te dumpen. Daarom gaat in Europa naar schatting jaarlijks 255 miljoen kilo bananen rechtstreeks de verbrandingsoven in. En met vijf of zes bananen in een kilo praat je dan over circa één miljard verspilde bananen per jaar. En, zegt Hoogland, let op: dit is alleen wat in havens gebeurt. Wat plantages, rijperijen of supermarkten weggooien, zit daar niet bij.

Vijf jaar lobbyen

De nieuwe vraag was hoe ze aan afgekeurde bananen kon komen. De importeur die haar meenam naar Antwerpen, wilde wel meewerken. Want fruit vernietigen kost geld. „Voor het verbranden van bananen betaal je 45 tot 90 euro per ton. Stel: je hebt 80 ton waste per vracht. Dat kost dan al minimaal 3.600 euro.” En aangezien er 255.000 ton bananen per jaar worden verbrand vanuit Europese havens, kost dat importeurs 11,5 tot 23 miljoen euro.

Importeurs wilden daarom zelfs voor het meenemen van de afgekeurde bananen betalen. „Ik zei: ‘Ik kan een kostenreductie realiseren. Als ik de bananen meeneem, scheelt het jou 20 procent ten opzichte van wat je betaalt voor afvalverwerking.’ Daar hadden ze wel oren naar, want toen dachten ze: hé, dit is niet alleen een mooi duurzaam verhaal dat we kunnen vertellen, we hebben er ook commercieel baat bij.”

Dankzij de contracten kon ze haar bedrijf opstarten. „Inmiddels hebben wij met de grootste importeurs langetermijnovereenkomsten die exclusief recht geven op hun afgekeurde bananen, en leveren we aan bedrijven in zes landen in Europa. Puree voor knijpzakjes fruit, ijsjes, sappen, smoothies, en voor ons eigen merk bananenbrood, koekjes en granola.”

Voordat het zover was, heeft ze jaren moeten praten en lobbyen. „Het heeft me vijf jaar gekost om die afgekeurde bananen door de douane te krijgen.” Reden? Die Europese handelsnormen, met maar één goederencode voor bananen. Die verbiedt het afgekeurde bananen te importeren. „En een nieuwe goederencode ontwikkelen, kan vijftien jaar duren.”

Foto Merlin Daleman

Hoe het haar toch is gelukt, houdt ze liever voor zich. Het is haar „bedrijfsgeheim”, zegt ze. Ze vond een sluipweg. „Wat wij doen, is honderd procent legaal.” Een van de afspraken die ze ervoor maakte, is dat ze voor afgekeurde bananen niet de invoerrechten hoeft te betalen die voor verse bananen gelden, 75 tot 114 euro per ton. Op import van kant-en-klare bananenpuree drukt namelijk geen heffing, en anders zou er voor deze Europese pureemaker een ongelijke concurrentiepositie ontstaan.

Van de Belgische douane mocht ze afgekeurde bananen meteen importeren, van de Nederlandse niet. Hoogland kreeg gedaan dat partijen in de Tweede Kamer in 2021 een motie indienden om dit geval van nodeloze voedselverspilling te onderzoeken. Met als ongewenste uitkomst dat Nederland in gesprek ging met de Belgische collega’s en België daarna niet meer meewerkte. Pas vorig jaar kreeg ze ook toestemming afgekeurde bananen in Nederlandse havens alsnog in te voeren.

Geen bevlogen persoon

In 2023 ging in Geldermalsen volgens The Banana Factory zelf ‘de eerste Europese bananenpureefabriek’ open. Het bedrijf (toen nog Sunt geheten) vond onderdak bij de fabriek van Coroos. Dat voedselbedrijf maakt de puree. Hoogland: „Puree maken is het probleem niet. Wel hoe je bananen, die in alle kleuren aankomen, moet sorteren, pellen en verwerken. In landen waar bananen groeien, staan vingervlugge dames die te pellen. In Europa is dat onbetaalbaar.”

Sorteren gebeurt in Geldermalsen wel handmatig. „Er is voor gekozen geen miljoen uit te geven aan geautomatiseerd sorteren. Iedere banaan wordt gezien door een persoon. En thank God, want wat niemand ons ooit verteld had, is dat er zoiets bestaat als interne rijping. Dat betekent dat een banaan er kan uitzien als een kneiterharde groene, terwijl hij boterzacht is. De schil drukt niet per se goed uit wat er in de banaan gebeurt. Een machine had het continu bij het verkeerde eind gehad. Dus we knijpen even zacht in elke tros.”

Wel werd een machine ontworpen die bananen van hun schil ontdoet. „Dat deed ik samen met iemand van de TU Delft. Het gaat om een machine die in de vlees- en visindustrie wordt gebruikt. Die hebben we aangepast tot onze bananenpelmachine.”

Hoogland wil dit jaar uitbreiden. „Onze capaciteit bedraagt twee miljoen kilo bananen per jaar. In het licht van de grote getallen is dat een druppel op een gloeiende plaat. Wij willen snel opschalen naar 22 miljoen kilo, en in een volgende fase naar 50 miljoen.” Voor de uitbreiding van haar beide bedrijven is 11 miljoen euro nodig. „We zijn in gesprek met verschillende potentiële strategische partners.” Schaalvergroting moet het rendement op een wenselijk niveau brengen. „Ik maak een bescheiden verlies, maar dat is oké. We hebben veel kunnen testen.” Over de omzet en het aantal werknemers wil het bedrijf geen mededelingen doen.

Het perspectief voor The Banana Factory en hun consumentenmerk Bakers & Bananas oogt gunstig. Een bedrijf dat de excessen in de voedingsindustrie blootlegt en een duurzaam alternatief biedt, heeft tegenwoordig een aantrekkelijke boodschap. De consument mag zich de held wanen in het verhaal, zoals in een reclame van Bakers & Bananas voor een koekje „met geredde banaan en een flinke schep karmapunten”.

Hoogland: „We willen het tegengaan van voedselverspilling aantrekkelijker maken. Met lekkere producten die een verhaal vertellen. De aanpak van plasticvervuiling sprak veel mensen aan. Daarbij zag je dan een treurige foto van een schildpad met een rietje in zijn neus. Plasticvervuiling is een belangrijk thema, maar de impact van voedselverspilling op het klimaat is veel groter. Het is hard nodig dat we daar anders over gaan nadenken. Mik je ’s avonds wat over is in de prullenbak, of doe je restjes in een Tupperwarebakje en eet je het morgen als lunch? Als je dat soort vragen op een goede manier kunt stellen, en goede alternatieven biedt, kun je gedragsverandering realiseren. Het duurt alleen lang.”

Hoewel haar idealen helder zijn, beschouwt Hoogland zichzelf niet als ideologisch bevlogen. „Nee, ik denk dat ik normaal ben. Het zijn de anderen die aso zijn. Zo zie ik het liever: wij zijn een normaal bedrijf. Hoe anderen het doen, is gek.”

En ‘normaal’ is in haar ogen ook: commercieel belang niet boven andere belangen stellen. „Of dat andere belang nou mensen, klimaat of wat dan ook is. Duurzaamheid en commercie moeten hand in hand gaan. Ons doel is te bewijzen dat dit kan.”





Related Articles

Back to top button