Hoe duurzaam is biobrandstof écht? Door fraude hebben we geen idee

-
Marijn Duintjer Tebbens
verslaggever Nieuwsuur
-
Marijn Duintjer Tebbens
verslaggever Nieuwsuur
De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa), de organisatie die onder meer toeziet op de herkomst en duurzaamheid van biobrandstoffen, heeft geen idee hoeveel er gefraudeerd wordt met biobrandstoffen. Dat zeggen milieuorganisaties en deskundigen.
Er zijn sterke aanwijzingen dat bedrijven op gigantische schaal frauderen met de grondstoffen voor biobrandstof, bleek eerder uit een reeks onderzoeken van de Europese milieuorganisatie Transport & Environment (T&E). De Nederlandse tak Natuur & Milieu slaat alarm.
De pakkans van fraudeurs is nu veel te laag.
Biobrandstoffen stoten tot tien keer minder CO2 uit dan fossiele brandstoffen, maar door de fraude is die verhouding veel minder gunstig. “We stoten veel meer CO2 uit dan we denken”, zegt Nienke Onnen van Natuur & Milieu. “We boeken klimaatwinst op papier, maar niet in de praktijk.”
De NEa erkent zelf dat het erg lastig is goed zicht te krijgen op de fraude. “Als we blijven doen wat we nu doen, dan gaat het niet goed”, zegt directeur Mark Bressers.
Frituurvet en afvalwater
De EU stelde begin deze maand dat de Europese CO2-uitstoot in 2040 met 90 procent gedaald moet zijn ten opzichte van 1990, op weg naar klimaatneutraliteit in 2050. Om dat te realiseren zetten veel landen in op biobrandstoffen, die onder meer worden bijgemengd in diesel en benzine. Een gemiddelde tankbeurt in 2024 bestond voor 14 procent uit biobrandstof.
De biobrandstoffen worden gemaakt van organisch materiaal zoals planten, vetten of voedselresten. In Nederland komt ruim 90 procent van de biobrandstof uit afval- of reststromen, de meest duurzame grondstoffen voor biobrandstof. Vooral gebruikt frituurvet en afvalwater van palmolieproductie (Palm Oil Mill Effluent, POME) zijn populair.
Zo wordt frituurvet uit snackbars gepompt om te gebruiken voor biobrandstof:

Van frituurvet naar brandstof
Door de enorme vraag naar biobrandstof zijn deze afvalstromen veel geld waard. Vanwege hun duurzaamheid komen ze ook nog eens in aanmerking voor Europese subsidies én tellen ze dubbel mee voor de duurzaamheidsdoelen van brandstofbedrijven.
“De prikkels om te frauderen zijn hierdoor groot”, zegt NEa-directeur Bressers. Overal in de keten wordt gefraudeerd; door leveranciers van grondstoffen tot verwerkers.
De fraudeurs gaan op verschillende manieren te werk. Zo labelen ze niet-duurzame grondstoffen, zoals vers (ongebruikt) frituurvet en palmolie, bewust fout en verkopen die onterecht als gebruikt frituurvet en POME. Ook vermengen ze niet-duurzame grondstoffen met daadwerkelijke afvalstoffen. En de certificaten die de duurzaamheid en de herkomst van een biobrandstof moeten garanderen, worden vaak vervalst.
Maar hoeveel er wordt gefraudeerd, weet de NEa niet. “We weten niet wat we niet zien”, zegt Bressers.
Buitenlandse fraude
De ‘namaakbiobrandstoffen’ leveren nauwelijks CO2-winst op. In sommige gevallen zijn ze zelfs vervuilender dan fossiele brandstoffen. Palmolie wordt namelijk in verband gebracht met grootschalige ontbossing in onder meer Indonesië en Maleisië. Om die reden heeft de Europese Unie het gebruik van palmolie in biobrandstof gedeeltelijk verboden.
Nederland speelt een cruciale rol bij de fraude: grote hoeveelheden (vermeend) gebruikt frituurvet en POME komen via de Rotterdamse haven Europa binnen. Minder dan 5 procent van het gebruikte frituurvet dat we in Nederland omzetten tot biobrandstof, is van Nederlandse oorsprong: het merendeel wordt geïmporteerd, vooral uit China. POME wordt helemaal niet in Nederland geproduceerd en komt vooral uit Indonesië en Maleisië.
Juist in deze drie landen moet op grote schaal fraude plaatsvinden, blijkt uit onderzoek van T&E. Maleisië exporteerde in 2024 op papier drie keer zoveel POME als het land in werkelijkheid produceerde en importeerde. Daarnaast verwerkten de EU en het Verenigd Koninkrijk in 2023 op papier meer dan het dubbele van de geschatte wereldwijd beschikbare hoeveelheid POME.
Gebrekkig toezicht
Die fraude in Azië maakt toezicht lastig, vindt Bressers. “Het is een mondiale keten, die hier eindigt bij een tankstation en start in bijvoorbeeld Maleisië of Indonesië. In Nederland kunnen wij als emissieautoriteit boekenonderzoek en inspecties doen, maar daar gaat dat lastig.”
Maar ook de inspecties in Nederland werken niet naar behoren, zeggen milieuorganisaties. Fraudeurs mengen POME met palmolie en die twee stoffen zijn chemisch niet van elkaar te onderscheiden, wat controle hier heel lastig maakt. Voor gebruikt frituurvet en vers frituurvet geldt hetzelfde. “Maar onze kennis neemt toe en die zal de komende periode ook moeten toenemen”, zegt Bressers.
Natuur & Milieu is sceptisch: “De NEa heeft momenteel eigenlijk alleen toezicht op instellingen die in Nederland gevestigd zijn”, zegt Onnen. “Wij pleiten voor meer samenwerking en toezicht eerder in de keten. Europese toezichthouders moeten in staat zijn fysieke controles uit te voeren in landen buiten Europa.”
De industrie is groot en de NEa te klein voor goed toezicht, zegt Merle Kooijman, onderzoeker milieucriminaliteit aan de Universiteit van Amsterdam. “De pakkans is van groot belang om criminaliteit aan te pakken en die is nu veel te laag.”
Onnen: “We vrezen dat op deze manier het draagvlak voor biobrandstoffen en verduurzaming wordt ondermijnd. Er moeten meer en betere inspecties komen.”




