De akkerbouwer zit klem tussen stijgende kunstmestprijzen en lage voedselprijzen, vertelt hij

Het gaat nergens anders meer over, onder de boeren die hij kent, zegt Joris Baecke: kunstmestprijzen, energieprijzen, dieselprijzen. Kunstmest is in enkele maanden tijd, sinds de afsluiting van de straat van Hormuz bij Iran, 50 tot 100 procent duurder geworden – afhankelijk van welk type, voor welk gewas. En kunstmest bepaalt voor 10 tot 20 procent de kostprijs van zijn producten.
Baecke zit met zijn bedrijf op de Nederlands-Belgische grens, in de Zeeuws-Vlaamse gemeente Hulst. Ze verbouwen aardappels, bruine bonen, uien, mais, winter- en zomertarwe, suikerbieten en vlas. Hij is de vierde generatie van het familiebedrijf. Zijn ouders zijn in de tachtig, maar nog heel betrokken bij de boerderij. „Ze zijn hier vaak te vinden.” En Baecke’s vrouw, die een eigen carrière heeft, helpt mee in de oogsttijd.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/20144124/200526ECO_2033843304_Joris.jpg)
Joris Baecke.
Foto Privéarchief
De onrust op de internationale energiemarkt heeft gevolgen voor het hele systeem, zegt Baecke. Zijn brandstofleverancier heeft er ook last van, en het loonbedrijf, dat gespecialiseerde machines (en personeel) verhuurt aan de boeren, indirect ook. „Onrust, onvoorspelbaarheid, is altijd een probleem voor de mkb’er.”
De kunstmestfabrikanten zijn met heel weinig en concurreren dus amper met elkaar. Dat zorgt er altijd al voor dat de prijzen hoog zijn
De Europese Commissie, zo werd dinsdag bekend, trekt 400 à 500 miljoen euro uit om Europese akkerbouwers enigszins te compenseren voor de prijsstijgingen van kunstmest. De voedselprijzen zullen anders te hard stijgen, zo vreest Brussel. Ook staat in het dinsdag gepresenteerde Actieplan Kunstmest dat Europa gaat investeren in Europese kunstmest en milieuvriendelijker manieren van bemesting voor agrariërs, om de afhankelijkheid van kunstmest uit Rusland, de Verenigde Staten, Israël, Marokko en Canada te verkleinen.
Klem tussen inkoop- en afzetprijzen
Alle akkerbouwers zitten momenteel klem tussen enerzijds stijgende kunstmest-, energie- en gewasbeschermingsprijzen en anderzijds lage voedselprijzen. Joris Baecke legt uit: „Wij zijn met heel veel en concurreren met agrariërs in binnen- en buitenland. De kunstmest- en pesticideproducenten zijn met heel weinig en concurreren dus amper met elkaar. Dat zorgt er altijd al voor dat de prijzen voor kunstmest en bestrijdingsmiddelen hoog zijn. Daar komt nog bij dat de groothandel- en supermarktkant, onze afnemers, ook met heel weinig zijn, en de prijs bepalen.”
Het komt er dus op neer dat agrariërs weinig te zeggen hebben over zowel hun inkoop- als verkoopprijzen. Ze moeten door de oorlog in het Midden-Oosten, en eerder al in Oekraïne, meer betalen voor kunstmest, terwijl hun inkomsten nauwelijks meestijgen. Baecke: „Dat is voor ons een grote zorg.”
Subsidieert de EU nu niet in feite de kunstmestproducenten? Want dat zijn er maar enkele: negen wereldwijd. In Nederland (chemieconcern OCI), Duitsland (K+S) en Noorwegen (Yara, met vestiging in Sluiskil) zijn bovendien de enige grote fabrikanten in Europa gevestigd, de rest is buiten de Europese Unie. Samen hebben zij de hele landbouwmarkt in handen.
In 2023, na de inval van Rusland in Oekraïne, maakten de kunstmestfabrikanten recordwinsten bekend, tot ongenoegen van boeren in de hele wereld. Want op momenten dat de kosten voor kunstmestproductie meevallen, verlagen zij nooit hun prijzen waardoor boeren alsnog veel betalen. Desondanks is de subsidie volgens Baecke goed uit te leggen: „Die EU-subsidie komt uiteindelijk bij de consument terecht, want anders moet die veel meer voor voedsel gaan betalen in de winkel.” Overigens weigert de EU het invoertarief op kunstmest uit Rusland te verlagen, wat de prijs zou drukken, omdat dat de oorlogskas van de Russen zou vergroten. In 2024 was nog een kwart van de in Europa gebruikte kunstmest afkomstig uit Rusland, aldus persbureau Reuters.
Heel precies doseren
Om kunstmest te maken is veel energie nodig voor verhitting én bepaalde grondstoffen die allemaal duurder zijn geworden. Kan Joris Baecke voor zijn groenten en tarwe niet iets anders gebruiken dan kunstmest? Voorlopig niet, vertelt hij. „Als het kon zou ik ‘renure’ gebruiken – een nieuw soort mest met onderdelen uit dierlijke mest – dat is sinds een maand toegestaan door de EU, maar wordt nog weinig gemaakt. En alsnog is kunstmest het beste: je kunt heel precies doseren. Je kunt de maximaal toegestane hoeveelheid van bepaalde voedingsstoffen gebruiken, zoals fosfaat en stikstof, en de planten optimaal laten groeien. Met dierlijke mest is dat minder nauwkeurig. Je kunt het moment waarop stoffen vrijkomen uit echte, dierlijke, mest minder sturen.”
Baecke is lid van een coöperatie die namens drieduizend boeren inkoopt bij de kunstmesthandelaar. Maar ook de coöperaties en de kunstmesthandelaren konden volgens hem niet voorsorteren op de forse prijsstijgingen die fabrikanten onmiddellijk doorvoerden toen de Straat van Hormuz werd afgesloten. „Ook zij zijn op zo’n moment compleet afhankelijk van de markt.” Die kunstmestmarkt is zeer geconcentreerd en vrij ondoorzichtig – als de één zijn prijzen verhoogt, volgt de ander meteen. Ter indicatie van de omvang: in 2025 zette kunstmestfabrikant Yara 15 miljard dollar (bijna 13 miljard euro) om, OCI kwam uit op 1,6 miljard dollar.


