‘Dankzij arbeidsmigranten gaat het weer beter in voormalig krimpgebied Zeeuws-Vlaanderen’

Leegstand, verloedering en verpaupering. Dat zagen de Terneuzense wethouder Frank van Hulle en gemeenteambtenaar Rolfo de Ruijter tien jaar geleden toen zij in een bus vol lokale bestuurders door dorpen in Zeeuws-Vlaanderen reden.
De regio stond in die dagen bekend als ‘krimpgebied’. De bevolking nam af doordat de jeugd wegtrok naar grotere steden om te gaan studeren of werken. De economische activiteit slonk, en voorzieningen als scholen en zorginstellingen brokkelden af. Huizen stonden er leeg.
En nu – nu is er een gebrek aan woningen, zegt wethouder Van Hulle (wonen en financiën, Top/Gemeentebelangen). In huizen die eerst leeg stonden, leven nu arbeidsmigranten uit landen als Polen, Roemenië en Hongarije. „Je hoort mensen tegenwoordig zeggen dat er hierdoor geen woningen meer zijn voor de jeugd.”
Alleen al in de gemeente Terneuzen is het aantal arbeidsmigranten tussen 2010 en 2022 nagenoeg verdubbeld, naar bijna 1.500. Dat becijferde onderzoeksbureau Decisio in opdracht van Expat Center Zeeland. De werkelijke aantallen zullen hoger liggen, want deze cijfers betreffen alleen arbeidsmigranten die zich hebben ingeschreven. In Nederland schrijft minder dan de helft van hen zich in.
Arbeidsmigranten werken in Zeeuws-Vlaanderen vooral in horeca, logistiek, landbouw en industrie. Bijvoorbeeld bij recyclingbedrijf Heros Sluiskil of chemiebedrijf Dow. De gemeente ondersteunt bedrijven en uitzendbureaus die voor deze medewerkers geschikte woonruimte zoeken.
Dankzij de komst van arbeidsmigranten gaat het nu beter met de regio, zegt ‘woonambtenaar’ De Ruijter. „De arbeidsmigrant is onze redding; die houdt voorzieningen en economische activiteit in leven.”
Wat gebeurt er met Zeeuws-Vlaanderen zonder arbeidsmigranten?
De Ruijter: „Dat zou een harde knauw zijn voor onze economische motor. Daarom doen we er als gemeenten en bedrijfsleven alles aan om arbeidsmigranten aan te trekken en te behouden.”
Van Hulle: „Vanuit het bedrijfsleven was er de afgelopen tien jaar ook veel vraag naar deze buitenlandse arbeidskrachten. De industrie groeide door, er waren grote infrastructurele projecten zoals de bouw van de Sluiskiltunnel. Die waren zonder arbeidsmigranten niet mogelijk geweest.”
/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data135995865-20e321.jpg|https://images.nrc.nl/fuLwmtNhQ6TD17ffxmLP7Z6_lHc=/1920x/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data135995865-20e321.jpg|https://images.nrc.nl/j7NMp1UAiMbjwSdrGBwJkAEWTY0=/5760x/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data135995865-20e321.jpg)
Woonlocatie in Terneuzen voor 200 arbeidsmigranten. De afgelopen vijftien jaar is het aantal arbeidsmigranten gegroeid naar bijna 1500. Foto John van Hamond
Wat is het effect van de arbeidsmigranten op de dorpen in de regio?
Van Hulle: „Als ik in Sluiskil door een straat van tweehonderd meter reed, zag ik op een gegeven moment nummerplaten van auto’s uit wel tien landen – Hongarije, Slowakije, Polen, Roemenië, Tsjechië en ga zo maar door. Als gemeente hadden we het voordeel dat huizen die eerder leegstonden nu door deze arbeidsmigranten werden bewoond. Maar vanuit bewoners hoorden we ook: wat blijft er nog van mijn straatje over als ik me alleen nog maar in Oost-Europese talen verstaanbaar kan maken?
„We zagen daarnaast dat arbeidsmigranten die voor korte tijd in Nederland verbleven, niet bepaald bezig waren met bijvoorbeeld het onderhoud van hun tuin. Het straatbeeld ging weer achteruit. En het zorgt voor onrust als telkens andere mensen in een woning verblijven. Buurtbewoners hebben dan het gevoel hun buren niet te kennen.
„Er was daarom een grote wens de huisvesting van arbeidsmigranten buiten de woonwijken te bouwen, in zogeheten centrale opvanglocaties. Dat hebben we gedaan, en dat heeft rust gebracht in de wijken. Ook hebben we nu meer zicht op de kwaliteit van huisvesting. Die was, net als in de rest van Nederland, voor arbeidsmigranten soms ondermaats.”
Hoe moet huisvesting voor arbeidsmigranten er volgens u uitzien?
Van Hulle: „Wij hebben dus gekozen voor centrale opvang buiten de woonwijken, en verder kijken we in welke wijken we nog arbeidsmigranten kunnen toestaan. Dat hangt af van de leefbaarheid. Die meten we met de ‘Leefbaarometer’, een hulpmiddel van de rijksoverheid, die een leefbaarheidsscore toekent aan wijken. Als er veel problemen samenkomen in één wijk, zoals armoede en vandalisme, dan slaat de Leefbaarometer rood uit en zeggen we: daar komt geen arbeidsmigrant meer bij. Dat geldt bijvoorbeeld voor de binnenstad van Terneuzen. Om dit in de praktijk te brengen, hebben we een nieuw vergunningsysteem ingevoerd.”
Hoe werkt dat?
De Ruijter: „We hebben een knip gemaakt tussen arbeidsmigranten die kort blijven en die van plan zijn langer in Nederland te blijven. Mensen die weten dat ze op een tijdelijke klus zitten en binnen twee maanden weer weg zijn, verwijzen we voor huisvesting naar de centrale opvanglocatie buiten de woonwijken.
„Arbeidsmigranten die een relatie willen opbouwen met het dorp of een wijk, mogen zich in principe met maximaal vier personen vestigen in een ‘normale’ woning, in een woonwijk waar de Leefbaarometer niet rood uitslaat. Voorwaarde is dat de arbeidsmigrant zich inschrijft in de Basisregistratie Personen van de gemeente – dan weet je dat die langer wil blijven. Inschrijven moet je immers doen als je langer dan vier maanden in Nederland wil wonen.”
Levert dit al iets op?
Van Hulle: „We zien dat steeds meer arbeidsmigranten hier in de wijken gezinnen stichten, dat hun kinderen hier naar school gaan. Of ze hier definitief zullen blijven, weet ik niet. Maar je ziet wel dat de mensen die hier echt een leven opbouwen hun woningen beter onderhouden, en dat dat de wijken ten goede komt.”
Hoe langer arbeidsmigranten in Nederland blijven, hoe meer zij de vraag naar arbeid vergroten, blijkt uit onderzoek. Ze gaan immers meer gebruikmaken van voorzieningen. Houdt u hier rekening mee, gezien de krappe arbeidsmarkt in Zeeuws-Vlaanderen?
Van Hulle: „Ik denk dat een natuurlijk proces plaatsvindt waarbij mensen doorgroeien naar hogere functies. Dan vullen nieuwe mensen hun plekken weer in. Maar je leest ook in de krant dat veel banen door kunstmatige intelligentie gaan verdwijnen. Terwijl die handjes aan het bed nodig blijven. Er zijn veel processen aan de gang waarvan ik het einde niet kan zien.”



