Dromen van para-ijshockeyploeg, maar enige Nederlander speelt nu bij Duitsland

NOS Sport•
De enige Nederlander in het paralympische ijshockeytoernooi speelt bij Duitsland. Bas Disveld heeft een Nederlands paspoort, maar deze dagen in Italië een Duitse adelaar en vlag op zijn shirt. Voor Oranje uitkomen, kan niet: dat team bestaat namelijk niet.
Op de Paralympische Spelen is ijshockey een van de grootste sporten, maar net als op de Olympische Spelen is er deze week in Milaan en Cortina geen Nederlands team bij. De sport wacht in Nederland op een doorbraak.
‘Steeds groter’
Met een groep (para-)ijshockeyfanaten probeert Mees Hessels, naast ijshockeyer professioneel rolstoelbasketballer in Duitsland, de sport in Nederland te ontwikkelen. “Het begint steeds groter te worden, maar er is nog wel veel werk te verrichten.”
Lang was er voor Nederlanders met een fysieke beperking en een liefde voor ijshockey helemaal niets, vertelt Hessels. Maar dat verandert langzaam.
“We zijn opgenomen in de landelijke ijshockeybond. Zodoende zijn er nu landelijke wedstrijden. Dat is een goede stap. Sinds vorig jaar hebben we een officiële competitie met drie teams. We krijgen er steeds meer spelers bij, de sport is groeiende.”
Die ene Nederlander die er wel bij is op het paralympische ijshockeytoernooi is Disveld. Hij speelt deze week namens het Duitse elftal tegen China, de Verenigde Staten en thuisland Italië.
“Mijn vader was gestationeerd op een NAVO-basis in het noorden van Duitsland”, verklaart hij zijn keuze voor de Duitse ploeg. “Hij is daarna met zijn gezin blijven plakken.”
In 1997 had Disveld een ernstig auto-ongeluk. “Ik moest door een revalidatie, zocht een sport en belandde in het para-ijshockeyen. Terwijl ik er eerst niks mee had.”
Late trainingen
Disveld herkent de moeilijkheden waarmee men in Nederland te maken heeft.
“Echt veel mensen die het willen, zijn er gewoon niet. Dan krijg je in ijsbanen ook de lastigste trainingstijden. Wij trainen om half elf ‘s avonds, dan ben ik om 2.00 uur thuis en gaat een paar uur later de wekker voor werk. Ouders laten hun kinderen die de dag erna gewoon naar school moeten dan natuurlijk niet meedoen.”

De enige Nederlandse para-ijshockeyer in Milaan speelt in het zwart en wit van Duitsland
Je moet er dus heel wat voor overhebben om in Nederland of Duitsland te para-ijshockeyen. In Slowakije gaat het er anders aan toe, vertelt Martin Joppa, aanvoerder van het Slowaakse team.
En dat terwijl de Slowaken er tien jaar geleden ongeveer net zo voor stonden als Nederland nu. “Hoe begin je? Zo veel mogelijk atleten vinden. Probeer in het begin gewoon lol te hebben. Je hoeft de eerste tien wedstrijden niet te winnen.”
In Slowakije concentreert de ijshockeysport zich rond het kleine stadje Dolny Kubin, zoals in Nederland alles rondom het schaatsen in Heerenveen te doen is. “In onze regio is iedereen bekend met paralympisch ijshockey. We spelen al vijftien of zestien jaar in dat ene stadje.”
Maar zelfs in Slowakije blijft het soms behelpen. “Iedere speler telt. Er haken ook veel mensen af, want het is ook een harde en kille sport.”
Paralympische droom
De onmogelijke trainingstijden en ijskoude hallen houden parttime rolstoelbasketballer, parttime ijshockeyer Hessels en zijn teamgenoten niet tegen. Hij hoopt dat er zo snel mogelijk een Nederlands team op de Paralympische Spelen staat. “Ik hoop dat ik dat mee ga maken.”
Financiering als paralympische sport van NOC*NSF is er niet. En dus weet Hessels dat het een kwestie van de lange adem gaat zijn. “We hebben meer bekendheid nodig. Een uur rijden voor een uur ijshockeyen is nu standaard.”
Ook de teams in de landelijke competitie zijn nog dun bezet, vertelt hij. “In Amsterdam is de selectie inmiddels goedgevuld, maar in Dordrecht hebben we bijvoorbeeld nog wel echt wat spelers nodig. Bij ons hebben we nu ongeveer dertig ijshockeyers die meedoen.”
“We organiseren af en toe clinics. En de play-offs worden ergens in het land gespeeld waar we nog niet geweest zijn”, zegt Hessels. Langskomen, kijken en een keertje uitproberen, is geen probleem. Enthousiast: “Stap een keertje in de slee.”



